Review: Owlboy

Rutger Engel, 21 mei 2018
Profiel
Owlboy heeft een prachtige visuele stijl, een hele mooie soundtrack en een werkelijk interessant verhaal. Helaas is de gameplay niet alleen repetitief, ook werkt het vaak niet lekker en is het nooit uitdagend, alleen frustrerend.

In 2012 kwam de indie-game Fez uit die, naast dat het erg succesvol was, vooral bekend was om zijn lange ontwikkelingsduur van vijf jaar. Het team van D-Pad Studio moest zich toen zeker rot gelachen hebben; zij begonnen namelijk de ontwikkeling van Owlboy in 2007 en deze verscheen pas negen jaar later in 2016. Toen was de titel alleen nog maar voor de pc, maar inmiddels is het spel eindelijk ook beschikbaar op alle huidige consoles. Dat maakt dit tot een perfect moment om Owlboy eens te bespreken.

Owlboy vertelt het verhaal van Otus. Hij is een uilenjongen (duh) die niet door iedereen als even succesvol wordt gezien. Het begint al bij de tutorial waar je een les krijgt in vliegen en eigenlijk alles fout gaat: Otus kan niet zo hoog vliegen als hij zou moeten, ook breekt hij potten die hij moet dragen, noem het maar op. Toch heeft hij verder een rustig leventje in het dorpje Vellie, tot op een dag piraten de boel verstoren. Wat komen ze doen? Ze moeten vast en zeker een groter plan hebben. Het is aan Otus en zijn maatje Geddy om dat plan te ontmaskeren.

De gameplay van Owlboy is redelijk bijzonder in de opzet. Het is namelijk een platformer, maar je spendeert vrij weinig tijd met het gaan van platform naar platform: Otus kan vliegen en daardoor gaat alles vooral de hoogte in. Dit geeft het een extra dimensie en zorgt voor wat andere actie dan je gewend bent. Otus heeft zelf geen wapens, maar kan metgezellen, zoals Geddy, oppakken die vervolgens wel een wapen dragen. In plaats van wapens te wisselen, wissel je dus wie je met je meedraagt. Dit ziet er grappig uit, maar qua gameplay komt het natuurlijk op hetzelfde neer.

Owlboy heeft een prachtige visuele stijl en ook de muziek is geweldig. Het verhaal komt wellicht wat langzaam op gang, maar weet later toch op overtuigende wijze de nodige emoties op te wekken. Hierdoor is het makkelijk om al vóór het spelen zeer gecharmeerd te raken van onze uilenvriend en dat maakt de stroeve gameplay des te pijnlijker.

Owlboy heeft namelijk een terugkerend probleem: de gameplay is enorm frustrerend. Niet het goede soort frustrerend, als een lastige eindbaas in Dark Souls die je genadeloos afmaakt, maar het type frustrerend waarbij je opeens doodgaat door dingen waarvan het als onzin aanvoelt. Zo voelt het bewegen nogal ‘zweverig’ aan, daarmee bedoelen we dat een beweging naar rechts of links je net iets meer verplaatst dan je zou willen. Met name in een gebied waarbij alles volledig donker is en elke rand stekels heeft, is dit bijzonder irritant. Zonder spoilers te noemen, is er op het eind ook een gebied waar het activeren van je vleugels een snelle dood tot gevolg heeft. Dat zou prima zijn, als dit niet zo absurd makkelijk per ongeluk kan gebeuren. Zo kan je vijf keer doodgaan bij een enorm simpel stuk, alleen maar omdat je per ongeluk begon te vliegen. Ook zou een platformer moeten draaien om het uitvogelen van hoe je van punt A naar B moet, terwijl je in de eerste paar uur van Owlboy meer bezig bent met ontdekken waar B nou is.

Eindbazen worden helaas nooit interessant of uitdagend. In het meest extreme geval ga je één keer dood, zie je wat er moet gebeuren en is het vervolgens een saai klusje dat even geklaard moet worden. Alleen de allerlaatste eindbaas is wel erg goed uitgewerkt en bracht oprecht een hoop plezier met zich mee.

Owlboy is briljant op alle punten behalve de gameplay, waar het meteen ook enorm teleurstelt. Door het sterke laatste gevecht, het mooie einde van het verhaal en de ontroerende muziek, zou je bijna denken een briljant spel gespeeld te hebben, maar helaas is dat niet het geval.