Verslag: NFF - They Move So They Are

Daniël Steneker, 01 oktober 2013
Profiel

Te midden van alle glamour rondom de speelfilms en documentaires van het Nederlands Film Festival wordt nog wel eens vergeten dat ons land ook een handjevol niet onaardige animators huisvest. Normaal gesproken worden deze ondergebracht in het onderbelichte Holland Animation Film Festival, maar gelukkig schenkt het NFF in de randprogrammering sporadisch aandacht aan vaderlands animatietalent.

They Move, So They Are is een programma met allemaal korte animatiefilms, verdeeld in drie blokken, waarin eerst werk van gevestigde animators wordt getoond en zij vervolgens een protegé introduceren. Van tevoren werd het met een Gouden Beer bekroonde I Move, So I Am gedraaid, een autobiografische animatie van Gerrit van Dijk, de onlangs overleden medeoprichter van het HAFF. Omringd door klanken en beelden uit zijn leven tekent Van Dijk zichzelf, vlakt hij zichzelf weer uit en wordt hij geabstraheerd door de achtergrond.

Het eerste blok bestond uit drie korte films van Frodo Kuipers: Antipoden, De Weddenschap en Fata Morgana. Hoewel alle drie humoristische korte vertellingen zijn, is de animatiestijl van Kuipers divers. Waar Antipoden ergens doet denken aan de animaties die Terry Gilliam voor Monty Python maakte, is het geinige miniatuurtje De Weddenschap en Fata Morgana veel schetsmatiger. Toch lijkt er een thematische overeenkomst te zijn: alle drie korte films gaan over de onsympathieke en egoïstische mens. Hoewel de stijl van Spellbreaker van Janis Joy Epping en Diana van Houten dan ook danig verschilt met die van Kuipers, komt juist dit thema in hun werk duidelijk naar voren. Twee in de zandbak spelende kinderen krijgen één cadeautje aangereikt en wat volgt is een woelige strijd tussen de innerlijke demonen in de twee koters. Epping en van Houten zijn van huis uit animators en dat resulteert in een unieke animatiestijl: een opeenvolging van canvasdoeken, waardoor de achtergrond vaag blijft (een beetje á la de schilder Edvard Munch) en de voorgrond prachtig muteert.

Blok twee trapte af met Fallin’ Floyd van Albert ’t Hooft en Paco Vink, waarin een straattrompettist in Parijs geld bij elkaar toetert om een ring voor zijn vriendin te kopen. Als hij wordt afgewezen raakt hij in een depressie, gepersonifieerd door een zwart duiveltje dat alsmaar groeit naarmate Floyd verder wegzakt. Middels leuke visuele vondsten en een kijkdoosachtige wisselwerking tussen twee- en driedimensionaliteit buitelen Floyd en zijn duiveltje van scène naar scène, terwijl de jazz op de achtergrond steeds wilder wordt. Vervolgens werd van Ruben Zaalberg, oud-stagiair van ’t Hoofd en Vink, Push the Button vertoond, een minimalistische vertelling over keuzes maken. Het beeld bestond vaak uit niet meer dan een of enkele personages en de beruchte rode knop tegen een witte achtergrond. Het drietal is inmiddels collega’s en werken momenteel aan Trippel Trappel, een geanimeerde langspeelfilm. Een gewaagd en zeldzaam project, maar de getoonde werken maken benieuwd naar het eindresultaat, dat voor het najaar van 2014 gepland staat.

Job, Joris & Marieke is een animatortrio dat van alles aanpakt: van commerciële klussen tot videoclips tot vrije producties. Twee videoclips werden getoond: ten eerste het nummer “Born with a Bothered Mind” van Happy Camper (de Job in kwestie) en verder “Duurt te Lang” van hiphopformatie Fit. In beide clips waren de hoofdrollen weggelegd voor harige monsters in alledaagse situaties, zoals een vakantie in Frankrijk en een romantisch etentje dat uit de hand loopt. De korte, zwartkomische computeranimatie Mute , waarin een samenleving zonder mond erachter komt dat je een gat kan snijden op de plek waar de mond normaliter zit, oogstte veruit het meeste gelach in de zaal. Eenzelfde zwarte humor was te zien in de videoclip bij het nummer “This is the End” van Ray Wilko door Jonas Ott, welhaast een dierlijke parodie/hommage op von Triers Melancholia. Een antropomorfe hond slentert naar een bergtop terwijl andere dieren zichzelf van kant maken: een meteoriet snelt zich op de aarde af. Ook in het prijswinnende Washed Ashore werd Otts zowel grimmige als melancholische wereldvisie uiteengezet: een drenkeling komt aan in een stad, maar de bevolking heeft alleen tijd voor zichzelf, tot het noodlot erop volgt.

Elk blok werd afgesloten met een kort nagesprek met de animatoren. Deze gesprekken lieten voornamelijk zien dat de Nederlandse animatiewereld, hoe divers ook, een incrowd is. Dat stemt droevig, want er is zoveel leuks te zien.

Lees volledig artikel
firstlook