World War Z werd naarmate de productie vorderde steeds meer een probleemkindje. Naar horen zeggen heeft zo’n beetje half Hollywood aan Brad Pitt’s film gewerkt. Hoewel gered van de afgang, is Pitts doel om het gelijknamige boek van Max Brooks te verfilmen mislukt.
Pitt verwierf al in 2007 de rechten voor de verfilming van World War Z: An Oral History of the Zombie War onder de banier van zijn productiemaatschappij Plan B. De film kampte gelijk met allerlei problemen, en dat is niet zo verwonderlijk: het boek is een verzameling interviews over de zombie-apocalyps ná de catastrofe zelf. De zombies en de onmacht van overheden om hier iets tegen te doen werden gezien als eufemisme voor orkaan Katrina en de logge reactie van de Amerikaanse overheid om de burgers van New Orleans te hulp te schieten. Verenigde Naties-gezant Gerry Lane gaat bij verschillende hoofden van instanties langs om te bespreken waar het mis ging. En dat was leuk, want vaak gaat het in zombiefilms om persoonlijk drama en worden de moeilijke dilemma’s op bestuurlijk niveau genegeerd. Maar een script hiervoor schrijven? Dat bleek moeilijk. De film werd uitgesteld en circuleerde massaal scenarioschrijvers. Slechts drie schrijvers mogen met de eer strijken, maar naar verluidt zijn het er veel en veel meer.
Het uiteindelijke resultaat is een film die weinig wegheeft van het boek. De stoffige bureaus met interviews vol diepe inzichten zijn verruild voor Brad Pitt die vooral van plek naar plek rent. Toch wordt vaker dan eens een leuke toespeling naar het boek gemaakt: een atoombom die explodeert in de verte, verhalen over Noord-Korea die de tanden bij hun inwoners uittrekt en piloten die naar Cuba willen vluchten. Leuk voor de kenner, maar dit geeft ook het idee dat de film die ik graag had willen zien buiten het zicht van de camera gebeurt. Geen kijkje hoe het leger zijn strijdtechnieken en wapens moest aanpassen om tegen ondode hordes te kunnen strijden, noch worden de oplossingen van totalitaire regimes verder uitgelicht (die veel succesvoller in de bestrijding blijken te zijn dan het Vrije Westen). Het is een gemiste kans voor de vernieuwing van het genre, maar goed, een film bekritiseren op wat het had kunnen zijn is oneerlijk. Het zal echter wel kwaad bloed zetten bij de Max Brooks-fans, maar wie World War Z niet beoordeelt op wat het hád kunnen zijn, maar op wat het ís, krijgt een goede actie- c.q. thrillerfilm te zien.
Ja, World War Z is geen zombiefilm. Dit is een film gemaakt voor mensen die niet van zombiefilms houden om de gebruikelijke gruwelen of maatschappijkritische noot. En ook dit zal regisseur Marc Forster en Pitt niet in dank worden afgenomen. In World War Z ontbreekt de welbekende thematiek van de zombiefilm: binnen enkele minuten bevinden Gerry Lane (Brad Pitt) en zijn vrouw Karen (Mireille Enos) zich in een zombieaanval, het leger komt te hulp en schiet er gretig op los. Foster knalt de eerste tien minuten nog sneller door het plot dan dat hij zijn zombies doet laten rennen. Er is geen discussie of deze mensen nog mensen zijn of de tragedie van het doden van geliefden, maar zombies worden direct zombies genoemd (de brutaliteit!) en al het gruwelijke geweld vindt plaats daar waar de kijker het niet kan zien. World War Z is geen zombiefilm, want laten we wel wezen: kan iets met een PG-13 rating een horrorfilm zijn?
Na de aanval wordt Gerry opgebeld door zijn oud-werkgever de VN. Zijn doel is patiënt nul te vinden samen met viroloog Fassbach (Elyes Gabel). In ruil hiervoor krijgt Gerry’s familie een plekje op één van de boten boven Bermuda. Gerry en Fassbach’s zoektocht begint in Zuid-Korea, waar zij worden bijgestaan door enkele militairen. Vervolgens vliegen ze naar Israël, waar de nu al legendarische naam en faam van de film, de opeenstapelende toren van zombies, plaatsvindt. Er komen mensen bij, er gaan wat mensen dood, en zo reist het gevarieerde gezelschap over de wereld. Er zijn wat inconsequenties en wat domme dialogen (“Wat bedoel je dat Boston ook al gevallen is?” zegt de VN-medewerker die uitkijkt op een verwoest New York waar de zombies als mieren over de gebouwen kruipen), maar de film blijft nooit te lang hangen in zulke idiote momenten.
World War Z zoekt conventies op en vindt ze. Toch zijn er ook genoeg spannende/afwijkende momenten en slimme vondsten. Het gemis aan emotionele impact wordt verruild voor snel voortbewegende actie. De snelheid van zombies is zeer ongebruikelijk, maar levert wel het gevoel van urgentie op. Het balkje met de teller van de wereldbevolking gaat in drastisch tempo omlaag en elke minuut praten voelt als een minuut verspild. World War Z is constant in beweging en geeft zichzelf niet de kans om fouten te maken, daar waar andere zombiefilms soms pijnlijk lang blijven hangen in de ‘zombie als de Grote Metafoor’. Niet overpeinzen, maar rennen, rennen en schieten, schieten en overleven; Hoe anders klinkt dit als het boek? En dat hazen van plek naar plek werkt ontzettend goed, mede doordat onze reisgezel Brad Pitt is.
[one_half]
[/one_half][one_half_last]
[/one_half_last]
Pitt speelt Gerry Lane overtuigend als een wat saaie, maar sympathieke VN-gezant. Niet saai omdat Gerry niet de actie induikt of niet kundig zou zijn, maar omdat er zo weinig mis met hem is. Gerry is de Amerikaanse huisvader en de actieheld, de doener zonder twijfels en de denker met de oplossingen. Hoe sympathiek Pitt hem ook weet te maken het had de film goed gedaan als Gerry niet op een sokkel stond. Dit is een man die zijn familie en de wereld redt, en iedereen staat ten dienste van hem of hangt er een beetje aan. Voor een film die World War Z heet zijn er wel heel weinig andere mensen op de wereld. De film bespeurt zelf ook deze tendens en maakt het goed door in het laatste deel een World Health Organization-arts (Pierfrancesco Favino) Gerry er op te wijzen dat het einde van de wereld niet alleen hem treft.
