Het enige optreden in Nederland van de New Yorkse band Vampire Weekend vond plaats op het zonnige debuut van De Wereld Draait Buiten. Hoe beviel deze buitenkans?
Na een lange, hete dag in het Westerpark, onder een ongenadige zon, traden headliners Vampire Weekend op in de stijlvol industriële Gashouder. Hoewel de meeste optredens deze dag maar karig bezocht werden, stapelden een uur van tevoren de enthousiaste zestienjarige meisjes zich al op vooraan het podium, samen met hun vriendjes, die dit keer niet op veel aandacht hoefden te rekenen. Onder luid gejuich kwam de band op, met een flauwe glimlach en een wuifje.
Het doet Vampire Weekend eer aan dat ze drie geweldige albums in hun zak hebben. Het gelijknamige debuut uit 2008 is een moderne klassieker en het meer ontwikkelde Contra doet er qua populariteit niet voor onder. Dat Modern Vampires of the City minstens zo goed, zo niet beter door het publiek ontvangen wordt, is het bewijs dat dit het beste album van de band is (ongeacht Meagans recensie, mijns inziens ‘uitmuntend’) en tevens het beste van het jaar, tot nu toe.
Recensie: Modern Vampires of the City
De kwaliteit van de muziek komt duidelijk naar voren omdat Chris (Baio, bas), Chris (Tomson, drums) en Rostam zeer goede muzikanten zijn. Rostam verzorgt met de toetsen, tweede stem en gitaar eigenhandig bijna alle textuur van de muziek en is werkelijk de muzikale ziel van de groep. Al beweegt hij niet veel, zijn absurde broek en instrumentale bezigheden compenseren een hoop. De band gedijt bij het zeer sterke ritmische fundament van Baio en Tomson. Baio is een opmerkelijk effectieve bassist: zijn spel is zowel snel en ruig als ruimtelijk en melodieus. Tomson is een zeer luide en spontane drummer die de muziek van de meeste levendigheid voorziet. Ezra is vervolgens een charmante frontman die goed kan zingen, al komt zijn stem door het geluid wat schel door de microfoon.
Een minpuntje was de muziek die niet van de band zelf kwam. Een hoop effecten en geluiden om de muziek aan te vullen leken van een bandje te komen. Het is zonde dat Vampire Weekend zich zo aan de studio-opnames houdt: deze ketenen ondermijnen de spontaniteit van een band die nu alleen netjes de nummers lijkt af te werken, ondanks de interactie met het publiek. Het geluid in de Gashouder was wel zeer goed, met name de toetsen en stem van Rostam.
De band wachtte vrij lang met het spelen van nieuwe muziek, maar dit had niet gehoeven. ‘Diane Young’ en ‘Unbelievers’ werden met liefde onthaald en ‘Ya Hey’ was het hoogtepunt van de show. ‘Step’ werkte helaas live minder goed; ‘Hanna Hunt’ was een aangename adempauze. Tijdens de breakdown van ‘Ya Hey’ stond Ezra fel opgelicht en gehuld in het wit voor een doek van een fonkelende sterrenhemel intiem te prediken. Omdat het album Modern Vampires zo sterk zoekt naar een religieuze identiteit (of het gebrek daaraan), was Ezra’s goddelijke verschijning hilarisch en toepasselijk (‘als god niet bestaat, zou men hem moeten uitvinden’).
Helaas duurde het optreden te kort: er waren nog genoeg nummers te spelen. Hoewel het festival nog niet helemaal afgelopen was en de fans zeer gewillig waren, werd de stekker er na een uur uit getrokken.
Vampire Weekend heeft gisteren bewezen verreweg één van de beste bands van het moment te zijn. Ze verdienen met recht alle lof die ze krijgen. De band is toegankelijk, aanstekelijk, opbeurend en energiek, maar toont meer diepgang en ontwikkeling dan de rest. Hoe dankbaar ze daarom zijn met rijen aan gillende meisjes laten we maar in het midden.