Verslag: Le Guess Who? – Vrijdag
Nieuws

Verslag: Le Guess Who? – Vrijdag

5 min leestijd

Daniël en Pim zijn dit weekend bij het populairste obscuurste festival Le Guess Who?, bij verschillende podia in Utrecht. Dit waren onze bevindingen. Je hebt ze vast nog niet gehoord.

Door toedoen van een zalige risotto uit de keuken van eindredacteur Pim begon de avond wat laat, om precies te zijn rond negenen in Tivoli Oudegracht. Daar maakte Connan Mockasin zijn opwachting, een Nieuw-Zeelander die wel erg zijn best doet om op Andy Warhol te lijken. Jammer, vroeger hulde hij zich namelijk in exotische klederdracht en dito grime. Mockasins muziek bestaat uit dromerige, met reverb doordrenkte gitaren onder een kabbelende beat en lagen van synthesizer voor de extra textuur. Op zijn twee platen, Forever Dolphin Love uit 2011 en het recentelijk uitgekomen Caramel, combineert hij deze aanpak met rare, vervormde stemmetjes tot enerzijds redelijk compacte popliedjes en anderzijds lange, psychedelische jams. De vervreemding van de albums werkt live echter wat minder, wellicht doordat de stemmen een stuk normaler klinken op het podium, maar ook omdat Mockasin zich overduidelijk te goed heeft gedaan aan Hollandse rookwaar. Hoewel hij zijn “Thank you, Amsterdam” later afdoet als grapje, is zijn podiumpresentatie met tijd en wijlen wat ongemakkelijk. Soms wordt de muziek meeslepend, zeker wanneer de band op zijn zachtst speelt, maar op andere momenten rijst de vraag of het liedje nu al is ingezet of dat de frontman wat lukraak aan het pielen is op zijn gitaar. Tijdens de afsluitende jam, het titelnummer van Mockasins eerste album, betreedt grote vriendelijke reus King Khan nog het podium om het viertal te vergezellen op de gitaar. Al met al hoor je dat deze band leuke ideeën heeft, maar dat ze zich wel een beetje meer moeten focussen.

De luchtigheid van Connan Mockasin wordt gepareerd met het oeverloze gebeuk van het Amerikaanse Disappears. De vier mannen, gekleed in vrolijk zwart, excelleren in het weglaten van elke vorm van dynamiek. De nummers bestaan doorgaans uit vijf minuten lang dezelfde riff, bastonen en ritmes. Als er al zang aan de nummers te pas komt, dan bestaat deze uit een verdwaasde lettergreep op het accentpunt van de maat. De drummer gaat helemaal op in zijn muziek, maar het publiek lijkt er wat droefmoedig van te worden. Volgens het programmaboekje is dit de nieuwe weg van Dissappears: minimalistisch, en daardoor kritischer en directer. Wat bezielt ze?

Het festival lijkt een stuk drukker bezocht dan de afgelopen edities. Zo wilden wij na Disappears onze levenslust herwinnen in Tivoli de Helling, waar headliner van de vorige editie Ty Segall zijn nieuwste album Sleeper ter gehore zou brengen. Bij de garderobe stond het echter al helemaal vol en aangezien ik deze vrolijke Australiër vorig jaar al heb mogen aanschouwen, besloten wij de horde te ontwijken. In de EKKO was het wat gemoedelijker tijdens de laatste twee nummers van Forest Swords, bestaande uit een flink bebaarde bassist en een man met laptop die samen duistere en lome dub maakten. Deze viel redelijk in goede aarde bij het EKKO-publiek, al leken de beide heren voornamelijk met zichzelf bezig.

Onderweg naar de ACU vreesde ik voor de Love Parade-achtige taferelen van gisteren, waarbij het onmogelijk was om ook maar enigszins te bewegen in het activistisch café/podium. De chaos leek mee te vallen, het bovengedeelte zag er redelijk gemoedelijk uit. Een poging om de zaal binnen te komen bleek echter tevergeefs: vanaf de deur naar het podium stond eenieder te wachten op de Canadese shoegazeformatie No Joy. Het resulteerde in het nodige gedring en frustratie over de mensen die je bier omstoten. Om een open deur in te trappen: de band maakte haar naam meer dan waar. Het optreden werd namelijk op het moment van aanvang geannuleerd. Jammer, want de nummers in de Le Guess Who-playlist klonken veelbelovend. Ondanks deze desillusie bleef de sfeer erin en droop eenieder vol goede moed óf naar de EKKO óf, zoals ondergetekende, naar Tivoli de Helling. Aldaar konden we nog een graantje van het Franse duo Magnetix meepikken, bestaande uit een drumster en een gitarist. De eerste bleek een groot talent te bezitten voor het trekken van zombieachtige grimassen, de laatste sprong gretig op en neer over het podium. De energie van de band was goed, maar zoals met wel meer Le Guess Who-artiesten had het optreden wat gestructureerder gemogen. Op landgenoten J.C. Satan viel hetzelfde aan te merken. Hun liedjes hadden wel duidelijkere vormen, maar doordat alle instrumenten dusdanig overstuurden viel de finesse van deze structuren weg. Tevens bleek de zanger de kerel te zijn die zojuist in het ACU bier over me heen had gegooid. Wel verdient de spookachtige verschijning van de zangeres, in lange zwarte pij gehuld, een compliment. Dit garagerockprogramma in de Helling werd afgesloten door The Jacuzzi Boys, drie rockers uit Miami die iets minder noisy overkwamen maar tevens weinig speciaals te bieden hadden.

Mijn vrijdagavondroute, hoofdzakelijk gedomineerd door garage rock en andere gitaarherrie, was niet het beste wat het festival te bieden heeft. Desalniettemin blijft de sfeer, ook ondanks tegenslagen, perfect en verheug ik mij op de komende twee dagen.