Dark Souls III is, zoals in onze review valt te lezen, wat ons betreft de beste game uit de hele Souls-reeks en een van de beste spellen van de afgelopen tien jaar; geen verrassing dus dat Ashes of Ariandel die trend voortzet.
Het enige probleem met Dark Souls is dat je maar één keer je eerste playthrough hebt, maar één keer die absolute magie van verbazing en keer op keer nieuwe dingen ontdekken die je niet voor mogelijk had gehouden. Daarna blijft elke keer dat je het spel speelt nog steeds geweldig, maar dat gevoel van de eerste keer met een bepaalde Souls-game komt nooit meer terug.
Gelukkig dus dat er DLC bestaat om dat gevoel toch nog even terug te brengen. We kunnen er vrij kort over zijn, ook omdat we niets willen spoilen. Zodra je aan de DLC begint met je personage (dat overigens wel al behoorlijk sterk moet zijn voordat je hieraan begint), wordt je gedumpt in een koude wereld vol met sneeuw; een nieuw concept voor Dark Souls III.

Waar Souls-games altijd nog een zekere houvast geven omdat er paden zijn om te volgen (alhoewel deze je vaak genoeg naar je dood leiden), kom je hier in een relatief open vlakte terecht die perfect een gevoel van verlorenheid op de speler over doet brengen. Al snel komt daar ook nog het gevoel bovenop dat je nergens, maar dan ook nergens, veilig bent; grote groepen wolven komen op je af en zelfs de bomen kunnen tot leven komen om je aan te vallen.
Ashes of Ariandel brengt wat interessante nieuw vijanden, locaties en eindbazen en doet niks fundamenteel nieuw, maar biedt je gewoon een prachtig nieuw gebied om te ontdekken. Eigenlijk is dat als fan ook het enige wat je zou willen van zo’n nieuwe uitbreiding. Want toch brengt dit een hoop extra speeluren voor de fan, al helemaal als je nagaat dat de gemiddelde persoon iets in Dark Souls niet één keer, maar twee of die of veel meer keren doorspeelt.