Doorgaan naar artikel
Rutger Engel
Rutger Engel
Hoofdredacteur
Profiel

Conclusie

Ghost of Tsushima is een ode aan de samoerai-cinema en dat zie je in alles terug, van dialogen en gevechten tot de Kurosawa Mode. Het eiland Tsushima is waarschijnlijk de mooiste omgeving die we ooit in een spel hebben gezien en zit bomvol dingen om je mee te vermaken. Het is een fantastische openwereld-game om nooit meer te vergeten.

Ghost of Tsushima zal door veel mensen omschreven worden als “Assassin’s Creed in Japan” en misschien denk je dat zelf ook wel na het zien van de trailers. Hier zit enigszins een kern van waarheid in, maar in deze review willen we je graag uitleggen waarom er zoveel meer in deze game schuilt.

Ghost of Tsushima is deels gebaseerd op een waargebeurd verhaal. In november 1274 begon de Mongoolse invasie van Japan en het eiland Tsushima was het beginpunt. De leider van Tsushima bracht zijn tachtig beste mannen naar het strand om de Mongolen tegen te houden, maar ze waren zwaar in de minderheid en werden bruut afgeslacht. Hier begint Ghost of Tsushima een alternatieve verhaalvertelling: samoerai Jin Sakai overleeft wonderbaarlijk genoeg het bloedbad en begint vanuit de schaduwen een opstand tegen de Mongolen die zijn eiland over hebben genomen.

In principe doe je dit gewoon door het hoofdverhaal te volgen. Je leert mensen kennen die zich bij je voegen. Met hen is de eerste grote stap om het kasteel waarin je oom gevangen gehouden wordt, over te nemen. Het hoofdverhaal is tof, maar het zijn de openwereld-elementen waarin Ghost of Tsushima uitblinkt en zich neerzet als een fantastisch avontuur.

Je hebt een gigantisch groot eiland tot je beschikking, onderverdeeld in drie regio’s. Na een flink stuk hoofdverhaal, speel je een nieuwe regio vrij, dus je leert het eiland beetje bij beetje kennen. In elke regio kan je tal van zaken vinden om je ongelooflijk lang bezig te houden: we zijn zelf hele dagen in de ban geweest van het spel zonder het hoofdverhaal ook maar aan te raken. Wat kan je dan allemaal doen? Denk aan het wegdrijven van Mongolen die een vissersdorpje in hebben genomen of het voltooien van (heel veel) sidequests die allemaal met hun eigen, kleine verhaaltje komen. Daarnaast nodigt de game je ook heel erg uit om lekker elk hoekje van het eiland te gaan ontdekken. Zo vind je soms het hol van een vos, die je kan achtervolgen om een vossenaltaartje te vinden. Of er komt een goudkleurige vogel naast je vliegen, die je weer kan volgen om een warmwaterbron (“hot spring”) te vinden om in te baden. Zo zijn er nog een boel voorbeelden, maar die laten we je lekker zelf ervaren. Elk ding dat je ontdekt komt met kleine voordelen, zoals ‘Charms’ die je aan je zwaard kan hangen voor bonussen, of een groter levensbalkje.

Er zijn twee dingen die het ontdekken spectaculairder maken. Ten eerste voelt het allemaal vrij natuurlijk. Je hebt geen mini-map op je scherm of allemaal pijlen die je laten zien waar je heen moet gaan. Wel heb je bijvoorbeeld het vosje of de vogel van eerder, of je wordt naar je doel geleid met de “Guiding Wind”, een wind met een symbolische betekenis die de juiste richting aangeeft. Hierdoor hoef je niet steeds naar HUD-elementen te zoeken of menuutjes open te trekken, maar kan je helemaal in de omgeving opgaan. Ten tweede is de omgeving niet normaal mooi, echt waar. Bij trailers denk je gewoon met een mooie game te maken hebben, maar pas als je gaat spelen zie je hoe indrukwekkend Ghost of Tsushima is. Jin Sakai zal misschien niet zo gedetailleerd gemaakt zijn als Ellie van The Last of Us, maar we hebben nog nooit zo’n mooie game-omgeving meegemaakt als dit eiland. Het verveelt maar niet om door de prachtige grasvelden te rijden op je paard, of de bergen te beklimmen, of om over het strand te rennen.

Laten we het wat meer over de gameplay hebben. Je kan enigszins rondsluipen zoals je zou verwachten van een Assassin’s Creed-game. Je kan klauteren en je verbergen in hoog gras en je kan mensen stilletjes elimineren. Je hebt ook heel veel middelen tot je beschikking om dit tot een dynamische en een enorm voldoening gevende ervaring te maken. Je kan kunai (een soort werpmessen) gooien om mensen uit te schakelen, je kan “wind chimes” die je vindt gooien om Mongolen af te leiden en ergens heen te lokken, je kan gebruikmaken van rookbommen om weer te verdwijnen en daarnaast is je pijl-en-boog een trouwe vriend.

Een voorbeeld van wat voor gave dingen je kan doen: we waren een hut in gekropen en hadden daar iemand stilletjes uitgeschakeld. Vervolgens gooiden we zo’n wind chime dat geluidmaakt in de tent om een bewaker deze tent in te lokken terwijl we er zelf stilletjes via de achterkant weer uit kropen. Deze bewaker ziet dat er iemand is vermoord en roept er nog iemand bij. Vervolgens komen we stiekem via de voorkant de tent weer binnen en rekenen we af met de twee bewakers in de tent. Zo hebben we een stuk van een kamp op geheel stiekeme en stille wijze veilig gemaakt, zonder een alarm af te laten gaan. Geen enkel stealth-systeem binnen Ghost of Tsushima is losstaand revolutionair, maar alles bij elkaar gestopt is het een systeem dat enorm veel creativiteit toestaat en hierdoor blijft het leuk.

Maar je hoeft niet altijd stiekem te doen, Jin is en blijft een samoerai dus je kan ook een kamp binnenlopen en een stand-off beginnen. Dit is een tof element waar de liefde voor de samoerai-film echt uit blijkt. Je staat stil voor je tegenstander en houdt door driehoekje in te drukken je hand op je zwaard. Je moet wachten tot je tegenstander aanvalt en precies dan loslaten voor één enkele fatale slag. Te vroeg of te laat en je bent de penarie. Maak je geen zorgen: dit is niet erg lastig en het draait vooral om de spanning en het ouderwetse samoerai-gevoel. Vervolgens komen de overgebleven Mongolen op je af en begint het echte gevecht. Het is hierin eigenlijk de bedoeling om met een goede timing vijandelijke klappen af te weren en vervolgens met de juiste houding terug te slaan. Zo heb je de Water Stance voor Mongolen met schilden, de Stone Stance voor zwaardvechters en er zijn er nog twee. Het is niet zo lastig en vlug als het vechten in bijvoorbeeld Sekiro, maar ook niet zo traag en oneindig vergeeflijk als in een Assassin’s Creed-game. Het zit er ergens tussenin en het houdt het vechten spannend, zonder dat het onmogelijk lastig wordt. Zeker als je op ‘Hard Mode’ speelt (een aanrader als je van een klein beetje uitdaging houdt) is de balans vrijwel perfect te noemen.

Je kan simpelweg nieuwe vaardigheden leren door ervaringspunten te verzamelen naarmate je beroemder (of beruchter) wordt op het eiland, maar een toffe toevoeging zijn de Mythic Tales. Dit zijn optionele, mythische verhalen over bijvoorbeeld een legendarische boogschutter wiens boog ergens begraven zou zijn, of een bepaalde zwaardtechniek die gestorven is samen met een clan. Met een beetje speurwerk kan je vervolgens zo’n mythische boog of zwaardtechniek vinden en zelf gebruiken. Niet alleen zijn deze over het algemeen vrij gaaf, maar ook voelt het extra goed om ze te gebruiken: je hebt er namelijk echt voor gewerkt en er zit een verhaal aan vast.

Zo gaat het eigenlijk met veel dingen in Ghost of Tsushima: veel van de aspecten zijn op zichzelf niet al te bijzonder, maar eenmaal samen gebracht is het een spel om nooit meer te vergeten. Het ongelooflijk mooi gemaakte Tsushima ademt, het leeft. Het grijpt je vast en laat niet meer los. Op bepaalde vlakken is het verhaal niets bijzonders, maar alle personages krijgen zoveel kleur en achtergrond naarmate je het eiland meer en meer ontdekt. Je wilt weten of boogmeester Sensei Ishikawa zijn student terugvindt die hem heeft verraden, je wilt weten of Lady Masako wraak weet te nemen op de mensen die haar familie hebben afgeslacht. Het zijn personages die geïntroduceerd worden in het hoofdverhaal, maar het is aan jou om te bepalen of je ze wilt volgen met sidequests om zo meer over ze te leren.

Aan alles voel je tijdens het spelen dat Ghost of Tsushima gemaakt is met een ongekende liefde en passie voor de samoerai-cinema. Van hoe de inwoners van het eiland praten en handelen, tot bepaalde shots en hoe de gevechten aanvoelen. Je kan zelfs het hele spel met een zwartwit-filter spelen (Kurosawa Mode), waarbij ook het geluid en het scherm worden aangepast zodat het net lijkt alsof je naar een oude Kurosawa-film kijkt uit de jaren 50. Er is zo ongelooflijk veel te doen op dit fantastische eiland. Heb je daar allemaal even geen zin in, dan richt je je lekker op het hoofdverhaal. Heb je zin om gewoon lekker te gaan ontdekken, doe dat dan alsjeblieft. Ghost of Tsushima behoort zonder twijfel tot de beste openwereld-games die bestaan. Misschien is het wel de beste open wereld die we ooit gehad hebben in een singleplayer-game.

Ghost of Tsushima is voor deze review gespeeld op PlayStation 4. De game is exclusief voor dit platform beschikbaar.