Doorgaan naar artikel
Rutger Engel
Rutger Engel
Hoofdredacteur
Profiel

Conclusie

Onze uitgebreide speelsessie van Assassin's Creed Valhalla smaakte naar meer, maar door het feit dat onder andere de raids niet werkten, is het toch nog maar afwachten of dat allemaal straks goed uit de verf komt.

Er was een tijd waarin Assassin’s Creed-games zo snel achter elkaar uitkwamen dat het nauwelijks iets meer was om naar uit te kijken. In deze tijden wist Ubisoft ook de kwaliteit van de franchise niet langer te waarborgen. Wij zijn er erg blij om dat sinds een aantal delen het niveau van de serie weer tiptop in orde is en we met zijn allen enthousiast gemaakt worden voor de komst van Assassin’s Creed Valhalla. De game verschijnt volgende maand pas, maar wij hebben alvast maar liefst zeven uur lang het oude Engeland mogen veroveren als Vikingen.

De sfeer zit er vanaf het begin al goed in. We komen aan bij onze nederzetting die de zogeheten “Hub” vormt, de plek waar je na elke missie terug zal komen om met je clangenoten te praten en upgrades te verkrijgen. Al snel wordt duidelijk dat hoofdpersoon Eivor (mannelijk of vrouwelijk) hier niet komt om vrolijk Engeland te verkennen: twee van de Ragnarssons (de beroemde zonen van Ragnar Lodbrok) zijn in het Noorden bezig met het afzetten van de koning van een provincie om zo een andere koning op de troon te zetten die hen goed gezind is. In deze provincie vond onze hele speelsessie plaats, van de eerste stappen tot het uiteindelijk overnemen ervan.

Het is leuk hoe je vanaf je nederzetting met een Vikingenbootje naar je bestemming kan varen. Je clanleden gaan met je mee en zingen liederen of vertellen verhalen. Kom je langs een nederzetting van de Angelsaksen, dan kan je met een druk op de knop een hoorn laten klinken die het begin van een “Raid” signaleert. In deze raids zal je flink wat moeten vechten en het belangrijkste ervan is dat je materialen vergaart waarmee je je nederzetting uit kan breiden. Denk aan het neerzetten van nieuwe gebouwen zoals een bakker of een vissershuisje, of je kan al bestaande gebouwen upgrades geven. Het is dan ook erg jammer dat Raids niet speelbaar waren tijdens onze speelsessie, want hierdoor was het hele gevoel van werken aan je clan verdwenen, terwijl dit een groot onderdeel van Valhalla moet zijn.

Wel hebben we het hele verhaal van de provincie kunnen volgen, waarbij we kennismaakten met de al eerder benoemde Ragnarssons. Met name Ivar steelt de show in dit hoofdstuk. Hij is brutaal, meedogenloos, grappig door zijn gebrek aan tact en we hopen vooral dat we hem blijven zien in de rest van Assassin’s Creed: Valhalla. Dialogen laten over het algemeen af en toe wel wat te wensen over. Soms is het erg interessant wat er allemaal gebeurt, maar even vaak is het te voorspelbaar en bestaat het uit slechts clichés. Ook is er een moment bij dat een van de personages aangeeft dat hij nooit wist dat er een koninkrijk ten noorden van de Denen was. Een paar zinnen later weet diezelfde persoon opeens hoeveel groter Noorwegen wel niet is dan Engeland. Het zijn kleine dingetjes die de dialogen ervan weerhouden om het niveau te halen van bijvoorbeeld een Ghost of Tsushima, maar het zal geen dealbreaker zijn als je met name speelt voor de grote open wereld en wat je er allemaal in kan beleven.

Het ronddwalen door de provincie van de previewsessie was een waar genot. Het oude Engeland is fraai vormgegeven en er zijn allerlei dingen om te ontdekken. Geheimen zijn rondgestrooid die lang niet elke speler tegen zal komen, maar ze zijn erg de moeite waard. Zo stuitten we op de “BBB”, een kelder à la Fight Club waar een Vinnie Jones-achtig figuur rijmend praat en een boel mannen met blote basten elkaar met hun vuisten te lijf gaan. Zelf kan je ook een paar rondes meedoen en alhoewel het geen bijzonder uitgebreid geheel is, is het erg leuk gedaan en ga je je meteen afvragen wat voor grappige geheimpjes er nog meer verstopt zijn in deze oude wereld.

Het vechten is waarschijnlijk het meest dubieuze gedeelte van Valhalla. Het werd al snel een wat eentonige combinatie van maar wat hakken met je bijlen en af en toe (met te makkelijke timing) aanvallen afweren. Als je een paar rake klappen uitdeelt zonder geraakt te worden, vul je je adrenalinebalk, waarmee je krachtigere vaardigheden uit kan voeren. Denk aan het afschieten van drie pijlen tegelijkertijd, het gooien van kleine bijltjes, het springen en weer neerkomen met een gigantische klap, et cetera. Alhoewel dit in het begin gaaf is en je je hierdoor echt als een brute Viking voelt, draagt het vooral bij aan de monotonie van gevechten en wordt het een te simpele oplossing voor problemen. “O, deze vijand is wat sterker dan de rest? Ik maak hem snel af met een speciale aanval.”

Het is misschien een wat oneerlijke vergelijking, maar Assassin’s Creed Valhalla heeft te lijden onder het feit dat Ghost of Tsushima slechts drie maanden geleden verscheen. Die game blinkt uit in een sterke cinematografie en vlijmscherpe gevechten en laat ook precies deze twee onderdelen slapper aanvoelen in Valhalla. Gelukkig zijn er genoeg punten waar we toch naar uitkijken, zoals alle geheimen die in de wereld zijn gestopt, de enorme grootte van het Engeland en hopelijk is het uitbreiden van je nederzetting straks goed uitgewerkt wanneer Raids wel werken.

Assassin’s Creed Valhalla verschijnt 10 november voor PlayStation 4, Xbox One, Xbox Series S|X, pc en Google Stadia. De daaropvolgende week verschijnt de game ook op de PlayStation 5.