Nieuws

Ouwerwets: Sly & the Family Stone

4 min leestijd

Een band die vaak genoemd, maar zelden geluisterd wordt is Sly & the Family Stone. NieuwerwetsTV blikt terug op één van de beste popgroepen tot nu toe.

Een van de bands verantwoordelijk voor het ontstaan van de funk is Sly & the Family Stone. De groep was technisch gezien maar half familie: Sly, multi-intrumentalist en zanger, Rose, de toetsenist en Robbie, de gitarist, waren broer en zus. De band werd verder aangevuld met een voor die tijd opmerkelijk assortiment van zowel blanke als donkere muzikanten.

De luisteraantallen op Spotify tonen aan dat Sly & the Family Stone niet veel geluisterd wordt. Andere bands zoals, laten we zeggen, Racoon scoren meer luisteraars. In de Top 2000 wordt de band niet vermeld (wel tienmaal in de Zwarte Lijst, al zou Sly dat onderscheid waarschijnlijk niet kunnen waarderen). Toch komt in interviews met muzikanten de naam regelmatig voorbij, zelfs bij bands als, laten we zeggen, Racoon. Een band zo invloedrijk als Sly & the Family Stone komt maar zelden voorbij.

Met ‘Dance to the Music’ maakte de groep hun doorbraak en werd hun herkenbare stijl gedefinieerd. De band wilde nog wel eens melodieën van oude klassiekers en zelfs kinderliedjes recyclen, maar deed dit altijd op een zeer originele of opmerkelijke manier. Sly had zeer menselijke en tolerante opvattingen over racisme. Zoals hij verkondigde op de Ed Sullivan Show: “Don’t hate the black, don’t hate the white. If you get bitten simply hate the bite.”

De band raakte helemaal in zijn element met het succesvolle album Stand uit 1969. De joviale funk en feestelijke boodschappen werden naar een toppunt gebracht. Desalniettemin bleef de band experimenteren. Fenomenale bassist Larry Graham ontwikkelde de techniek voor slap bass (of “thumping and plucking”, zoals hij het zelf noemde), die nu overal gebruikt wordt. Op ‘Everyday People’, het nummer dat verantwoordelijk schijnt te zijn voor de naam ‘Scooby Doo’, is zijn off-beat-bas het best te horen. Naast zijn ijzersterke ritmische spel, kon hij ook uitzonderlijk melodieus spelen (‘Just Like A Baby’, ‘(You Caught Me) Smilin”) Ook gitarist Robbie verkende steeds meer klanken tussen blues en psychedelica. En Sly bleef groeien als componist, zowel tekstueel als muzikaal.

In essentie was de familie een hippieband en daarom perfect voor Woodstock, waar ze tijdens hun optreden midden in de nacht toch iedereen aan het dansen kregen. ‘I Want to Take you Higher’ werd moddervet neergezet. Na Stand kwam nog de megahit ‘Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin)’ met de waanzinnig harde en funky baslijn. Het nummer zette Miles Davis en Herbie Hancock aan tot het maken van Jazz Fusion. Sly & the Family Stone was binnen.

In 1971 volgde There’s a Riot Goin’ on, een modderig, cynisch album dat in schril contrast stond met het feestelijke Stand en tevens het hoogtepunt van de band. De band leed onder meer interne spanningen en Sly zocht zijn toevlucht in de drugs. Alsof hij gedesillusioneerd en teleurgesteld was met al zijn verwachtingen rondom de rassenkwestie in Amerika, zo is dit weerspiegeld in Riot: verbitterd en rancuneus.

Het album vraagt meer geduld van de luisteraar dan zijn voorgangers, maar dit loont. De bedompte sfeer is afschrikwekkender dan joviale hits als ‘Everyday People’ en ‘You Can Make It If You Try’. Het geluid is veelal troebel en chaotisch (maar nooit rommelig), met laag op laag aan geluid. Naar het schijnt zijn sommige van de tapes voor opnames tot slijtage toe gebruikt. Maar de verzameling aan harde funk en de soulvolle pop vormen een van de beste albums aller tijden.

Nergens word dit zo duidelijk als in Family Affair, de laatste nummer één van de band. Het nummer is ruimtelijk en melancholiek, gedragen door een tijdloze drummachine. Een lage, donkere baslijn vormt de fundering voor het rustige gitaarwerk van Bobby Womack en het voortreffelijke, melodieuze keyboardspel van Billy Preston, die de ruimte in het nummer benut als witregels in een gedicht. In de diepte klinken heel vaag geluiden die niets met het nummer te maken hebben, maar zetten de mystiek achter het album kracht bij. Sly en zijn zus Rose zongen de nuchtere tekst over het familiewezen met hun handen voor hun mond gevouwen. Vergelijkbaar is het aanstekelijke ‘Runnin’ Away‘, tevens een indrukwekkend vertoon van Sly’s onnavolgbare kwaliteit als componist.

Uiteindelijk viel de band uiteen. Larry Graham kon zich niet vinden in de richting die de band nam en trad een solocarrière tegemoet. Sly’s gedrag werd onbetrouwbaarder; sommige optredens speelde hij wild, of niet af, als hij al op kwam dagen. De band versplinterde en zou nooit meer hetzelfde zijn. Fresh, een mildere variant op Riot, was helaas het laatste album met de oorspronkelijke band. Nu leeft Sly een teruggetrokken bestaan, met her en der een opmerkelijk optreden. Zijn moeizame leven is vastgelegd in de Nederlandse documentaire Coming Back For More.