Brad Pitt was naar verluidt verliefd op Max Brooks’ World War Z: An Oral History of the Zombie War. Zijn verfilming is een kassucces, maar de waarheid is dat Brad Pitt een kans laat liggen om zijn liefde eer aan te doen. World War Z had de grote vernieuwer van het zombiegenre moeten zijn.
Grote vernieuwingen komen evenzo zelden voor. Ook in Hollywood, dat toch bekend staat om zijn remakes en vervolgfilms. Dankzij slimme regisseurs als Steven Spielberg en George Lucas, die de avonturenfilms uit de jaren ’30 combineerde tot de Indiana Jones-reeks en hetzelfde deden voor science-fiction, met de oorspronkelijke Star Wars-trilogie. En zo zijn er nog tientallen voorbeelden te noemen: ze zagen de sterke punten van een genre, verbeterden en combineerden het en brachten dat opnieuw uit met als resultaat de klassiekers die wij kennen.
Het horrorgenre kent ook zijn grote vernieuwers. Alfred Hitchcocks Psycho (1960), die hij met zijn eigen geld maakte. Het werd een goedkope productie die mensen bij de lurven greep. De meeste horrorfilms hadden in zijn tijd nog fantastische namen als The Thing From Another World, The Astounding She-Monster, Creature from the Black Lagoon, Attack of the Giant Leeches, It Came from Beneath the Sea–en zo verder; titels die allesbehalve een serieuze benadering van het monster doen vermoeden. Hitchcock had een nieuw soort horror gemaakt: de lachwekkende wezens maakten plaats voor een écht serieus te nemen monster, in de vorm van de psychopaat Norman Bates. Maar ook Tobe Hooper’s tweede film The Texas Chain Saw Massacre (1974), John Carpenter’s Halloween (1974) (eveneens zijn tweede film), Scream (1996) of bovennatuurlijke films als The Exorcist (1968) zijn superbekende titels die horrorfilmmakers nog steeds beïnvloeden. En dat maakt het horrorgenre zo leuk, mede doordat het de speelgrond is van jonge filmmakers én dat het met weinig budget kan – even daargelaten dat in geen enkel ander genre de allerbeste zover verwijderd is van de allerslechtste. The Blair Witch Project (1999) is het schoolvoorbeeld van hoe het moet: de filmstudenten maakten een winst van 11.000 keer het budget en brachten eveneens een heel genre op gang.

Dat dat laagdrempelige horrorgenre zo toegankelijk is voor vernieuwing bewees George A. Romero met zijn eerste film (en eveneens goedkope productie) Night of the Living Dead (1968). Romero nam een smakeloos, eendimensionaal monster en koppelde deze aan bestaande buitenaardse invasie-verhaallijnen. Er was een geheel nieuw genre geboren: de zombie-apocalyps. Waar Romero vooral in slaagde was de zombie als metafoor te gebruiken voor van alles: de hersenloze consumptiemaatschappij, de angst voor de ‘andere’, de treurigheid van het moderne bestaan en het gevaar van technologie (bijna gelijkend aan Modern Times van Charlie Chaplin) en de kortzichtigheid van de Amerikaanse middenklasse. Dat nieuw uitgevonden genre werkt nog steeds prima tot op de dag van vandaag. Max Brooks (World War Z) leende van en verwees naar datzelfde genre, maar deed tegelijk iets compleet anders. Zijn boek werd een weldoordacht, bijzonder spitsvondig en genuanceerd beeld over hoe verschillende overheidsinstanties met het uitbreken van een zombie-apocalyps om zouden gaan. Laat het nou net zo zijn dat andere zombiefilms dat onderwerp nou altijd bewust vermeden: de aandacht lag bij alledaagse mensen en niet bij overheden. Hij gaf de genrefans waar ze om hadden zitten smeken: verdieping van de gevolgen op een overkoepelend niveau. Okee, zombies zijn door de jaren heen wat sneller gaan lopen, maar over het algemeen bleef het verhaal toch bij hoe een onwaarschijnlijke groep (kleinburgerlijke lui die meer bekend zijn met bankzitten dan met vechten) de zombies van zich wisten af te slaan. Brooks had iets nieuws in handen. En zoals Romero de zombie als metafoor gebruikte, diende bij Brooks de uitbraak als metafoor voor natuurrampen als orkaan Katrina–met bijbehorend falend beleid van de Amerikaanse overheid. Maar Brad Pitts World War Z rept met geen woord over dit alles.
Waar ging het mis? Tja, waar ging het niet mis? Bang om iets nieuws te proberen, zoveel geld dat ze niet wisten wat ze ermee aan moesten en maar zombietorens bedachten of de opvatting dat interviews saai zijn en niet werken in een film. Het idee dat interviews in een boek of op het journaal thuishoren is wat achterhaald. Zelfs het plot van filmschoolrecensenten-lievelingetje Citizen Kane (1941) ging over een journalist die interviews afnam over de legendarische en wijlen Charles Foster Kane. Ook films als 12 Angry Men (1954) en het recentere The Man From Earth (2007) zijn één lang gesprek zonder ooit saai te worden, en die spelen zelfs grootste deel binnen vier muren af. World War Z had prima een combinatie van interviews en flashbacks kunnen zijn. Met het te besteden budget zelfs hele gruwelijke, toffe, spannende flashbacks. Misschien had het wat teveel gevoeld als losse snippers, maar dat een thematisch mozaïekverhaal werkt lieten de Wachowskis afgelopen jaar vaardig zien met Cloud Atlas (2012).
Één-op-één een boek verfilmen pakt vaker slechter uit dan goed. Dat verandert echter niks aan de zaak dat regisseur Marc Foster en Brad Pitt de tendens naar vernieuwing in het zombiegenre niet hebben opgemerkt. Neem Robert Kirkman’s epische comic-reeks The Walking Dead waarin de nadruk langzaam verschuift van het overleven in een zombie-apocalyps naar het leven ná een zombie-apocalyps; Steven Soderbergh bracht in 2011 Contagion uit over een pandemie en hoe verschillende mensen, van overheidsfunctionarissen tot bloggers daarmee omgingen; Isaac Marion waagde zich aan de allereerste zombie-romance in het boek Warm Bodies en Drew Goddard maakte de hyper-zelfbewuste horrorfilm Cabin in the Woods (2012). Kennelijk staan genrefans open voor iets nieuws en zijn ze zich bewust van de vastgeroeste patronen. Daarom werd Brooks’ boek in eerste instantie ook zo goed ontvangen. World War Z was een ‘game changer’ en de film zou dat ook moeten worden. De puzzelstukjes lagen er, Pitt en Foster hadden ze alleen nog in elkaar hoeven leggen. Het is zonde dat die verfilming in een stressreactie schoot nadat bleek hoe moeilijk het is om het boek om te zetten tot een script en zich er daarna er makkelijk van afbracht door het hanteren van Hollywood-clichés. Erger nog, het betreedt het veilige domein van de actiethriller en krijgt het voor elkaar om een leuk bioscoopdagje uit voor de gehele familie te zijn. Veilig en niet origineel of vernieuwend, opdat het zo’n breed mogelijk publiek mag aanspreken. Het is een zombiefilm voor de massa, zonder dat wat zombiefilms in eerste instantie leuk maakt. World War Z staat zover verwijderd in ziel, geest en beleving van zijn bronmateriaal; daarbij vergelijken is de compleet andere vertelstijl maar een heel klein smetje.
Moet het per se anders? Nee. Voor World War Z geldt echter dat het een boek verfilmt dat dat juist wél trachtte doen. Het is te hopen dat bij de herkansing Pitt dat ook inziet en de sprong durft te wagen. Het is nog wachten tot we een zombiefilm te zien krijgen die eens een kijkje achter de schermen geeft en een instant klassieker wordt (al is het maar voor de zombiefans). World War Z doet het in ieder geval niet.
