De Rijksmuseum-app dient als vervanging voor de conventionele audiotour en draagt als een interactieve belevenis bij aan een bezoek aan ’s Neerlands meest prestigieuze museum. De app is gratis te downloaden voor Android en iOS.
De app ziet er goed uit en werkt prima. De bezoeker (of ijverige thuisblijver) kan kiezen voor een uitgestippelde tour of zelf de werken opzoeken aan de hand van een driecijferige code. Voor de eigenwijze bezoeker is vooral de navigatie van de plattegrond helder en toegankelijk: sleep met je vinger naar een zaal en thumbnails van elk kunstwerk met audio-begeleiding zweven er uitnodigend overheen. Na één tik verschijnt een afbeelding van het kunstwerk, vergezeld door een praatje van acteur Barry Atsma. Voor de nieuwsgierigen staan eronder hyperlinks naar aanvullende informatie: van onthullingen via infraroodfoto’s van de werken, tot korte praatjes van hoofddirecteur Wim Pijbes. Over de werking van de app valt niet te klagen.
In het museum zelf is voor €5,- een iPod Touch met de app te huur, maar helaas hield de batterij er halverwege mee op.
Inhoudelijk schort er een hoop aan de app. Ten eerste is het aanbod van de uitgelichte werken bijzonder klein. De bekendste werken van Rembrandt, Vermeer en hun tijdgenoten krijgen ieder hun eigen praatje, maar buiten de Gouden Eeuw wordt de keuze plots beperkt. De middeleeuwen en de periode 1800-1900 genieten nog van een handvol audiofragmenten, maar 1700-1800, het geweldige Aziatische paviljoen (op één paar standbeelden na), de speciale collectie en alles ná 1900 zijn volledig kaal gelaten. Hoewel dit individueel niet de meest prominente tentoonstellingen zijn, vormen ze samen een aanzienlijk deel van de hele museumbelevenis.
De nadruk die de app legt op de populaire afdelingen komt het best naar voren in de tours. Deze zijn te verdelen in lange en korte wandelingen door de ‘hoogtepunten’, ‘Gouden Eeuw’ en ‘gebouw’. Hoogtepunten en Gouden Eeuw lijken weinig van elkaar te verschillen. Dat de tour alleen de populairste afdelingen van het museum afwerkt zegt iets over de beoogde doelgroep van de app. Met een soort promotionele, populistische insteek lijkt de app de meesterwerken éxtra te benadrukken, met geen ander beoogd doel dan het verder romantiseren van de Rijks-beleving. Het voelt als een geforceerde canonisering van een selecte groep werken voor de zelfbevestiging van de bezoeker en in het verlengde het museum zelf. Dit wordt niet bereikt door enige vorm van inhoudelijke onderbouwing van de waarde van de werken zelf, maar door het creëren van een entertainment-achtige ‘ervaring’.
[one_half]
[/one_half]
[one_half_last]
[/one_half_last]
Hier komen de inhoudelijkheid van de tour en de keuze van o.a. Barry Atsma als verteller om de hoek kijken. De stukjes die de werken begeleiden zijn al zeer oppervlakkig en voor de bezoeker die iets wil opsteken volkomen nutteloos. Over Vincent van Goghs zelfportret wordt in korte zinnetjes bol van geleende Engelse uitdrukkingen anekdotisch verteld dat de Parijse “kunstscene” “de plees toebie” was. Over het werk zelf wordt haast geen woord gerept, over Vincents verschijning enkel een korte beschrijving. In korte, hippe, dwdd-achtige zinnetjes die makkelijk zijn voor de luisteraar. En dat is leuk.
Hoewel Barry nog meldt dat niemand de schilders gemoedstoestand uit het mysterieuze schilderij kan onttrekken, staat er onder ‘Meer weten’ een betoog van anderhalve minuut van acteur Jochem ten Haaf, die vervolgens wél stellig een aantal dingen over precies Vincents gemoedstoestand weet te vertellen. Waarom Ten Haaf naast zijn semi-beroemdheid een autoriteit is op het gebied van Van Gogh, is verder onduidelijk. Van Goghs zelfportret is niet het enige kunstwerk dat hieronder lijdt; het is enkel een voorbeeld.
In Trouw wordt de keuze op Atsma als verteller verdedigd als “warm, enthousiast, niet te oud, niet te jong, en niet geaffecteerd”. Als met geaffecteerd wordt dat hij accentloos spreekt, is dat correct. Zijn intonatie is echter flink aangezet, waardoor hij betuttelend en populair klinkt, alsof hij een brugklas toespreekt. Wat is überhaupt de reden dat een bekende acteur ingehuurd wordt? Zijn er niet meer ervaren stemacteurs, die niet hoeven te leunen op hun bekendheid?
Dan wordt plots de cynische houding achter de app duidelijk: de inhoudsloze, populistische vertelling impliceert dat het Rijks een zeer lage basiskennis van de bezoeker verwacht, of in ieder geval de intentie dat deze niet bereid is om te leren. Deze laatdunkende, vereenvoudigde houding komt steeds vaker voor: een ogenschijnlijk onvermijdelijk gevolg van kunstinstanties om een zo’n breed mogelijk publiek aan te spreken. Het is teveel water bij de wijn. Heb vertrouwen in de bezoeker.
Het Rijksmuseum zelf wordt geprezen om een brede tentoonstelling die wordt weergegeven op een “ongelofelijk frisse en actuele manier” en “en dit alles zonder een zweem van bekrompen chauvinisme”. Maar net als Mark Rutte die opperde dat de nieuwswaardige troonswisseling een heugelijke gelegenheid zou zijn, maar wel gevierd diende te worden met een “soberheid die past bij deze tijd”, is het ‘grandiose’ Rijksmuseum een eigenaardige mengelmoes tussen de viering van Nederland als koloniaal rijk, met alle excessen van dien en een koele distantiëring, bewust van de prijs ervan (om maar niet over de verbouwing te spreken). Met de kritische boodschap van ons aller Max Havelaar in het achterhoofd, zijn alle werken op neutrale wijze in zachte, kale ruimtes gehangen, zonder die “zweem van chauvinisme”. Het is een dubbel gevoel, een onmogelijk contrast dat het Rijks tracht te overbruggen. En, pardon, vrij laf. Zoals Barry Atsma zou zeggen: you can’t eat your cake and have it too.
Bron: nrc.nl