Nieuws

Bo Burnham – what.

4 min leestijd

"what. is onophoudelijk hilarisch en een nagenoeg perfect optreden. Burnhams uitdagingen van de vorm van stand-up zijn verfrissend, origineel en gedurfd. Hij rekent af met zijn arrogante imago door het openlijk te confronteren. Wat overblijft is een toonbeeld van eindeloze potentie door een jonge, sympathieke komiek. Ik kan me werkelijk niet heugen wanneer ik zo onder de indruk ben geweest van een optreden."

Bo Burnhams stand-upshow what. is een dynamische en zelfbewuste meesterslag. De show is een perfecte samenvatting van Burnhams repertoire en gratis op YouTube te bekijken.

“You’re an asshole, Bo”, zo vat de verteller Bo Burnham samen in de eerste minuut van zijn eigen optreden. Burnham heeft op zijn drieëntwintigjarige leeftijd veel succes geboekt, van de ongemakkelijke ballades in zijn slaapkamer op een goedkoop keyboard (‘My Whole Family…‘) en verdere muzikale escapades, tot zijn jonge stand-up- en televisiecarrière. Collega-komieken geringschatten hem vanwege zijn YouTube-bekendheid (en enkele Vine-hits) en oude bekenden maakten een ommezwaai in hun omgang sinds hij beroemd is. Bovendien is het gros van zijn materiaal vrij hard en afstandelijk (op reddit noemde hij Hans Teeuwen als enige favoriete, niet-Engelse komiek). In what. confronteert hij zichzelf en zijn publiek met imago als klootzak. De openingsbeelden van een piepjonge, zingende Bo tonen een getogen performer in de dop. De show bestaat voor een aanzienlijk deel uit ouder materiaal, maar is voor velen een introductie en alles past als gegoten.

what. laat zich kenmerken door Burnhams constante anticlimax. Elk moment getuigt van zijn bewustzijn van de inhoud en vorm van zijn optreden; elk moment keert terug op zichzelf om het te ondermijnen. In de belachelijke muzikale introductie van zijn optreden contrasteert hij warme verwelkomingen en magische fantasie met sociaal ongemak, absurdisme en bruut geweld. Vervolgens neemt hij vastgeroeste stand-up op de hak, door in de doorsnee setting met een microfoon, een krukje en een flesje water, zich op de meest onhandige manier door botte grappen heen te worstelen. Nadat hij zijn publiek eindelijk welkom heet, vervreemdt hij ze onmiddellijk met een homofobe grap, bespot hij hun gejoel na het noemen van de plaatsnaam en stoot hij per ongeluk een flesje water om. Dat het eerstvolgende liedje ‘Sad’ de zwakkeren in de samenleving belachelijk maakt is niet geheel ongepast. En wanneer de muzikale climax nadert, schreeuwt hij “let’s rock!”, en valt hij gelijk stil met een zacht en plagerig “no”.

De hele show door bouwt Burnham op, om vervolgens de verwachtingen van het publiek elke keer om zeep te helpen met stilte, ongemak, schaamte en confrontatie. Vrijwel alle grappen worden terloops weer omgekeerd. Elk komisch moment wordt volop benut, maar de onophoudelijke gelaagdheid van zijn wrange humor is een intense belevenis. Hij is niet zo vertellend en heeft niet de zelfde dichtheid aan gesproken grappen als bijvoorbeeld Louis CK, maar desalniettemin lijkt Burnham een betere komische dynamiek te hanteren, al is deze wat minder toegankelijk.

Burnhams meesterlijke beheersing van de vorm uit zich daaropvolgend in een grap over videomonteurs die vervolgens uit het YouTube-filmpje wordt geknipt. Daarna speelt hij met een razendsnel en onverwacht ontroerend gedicht genaamd ‘I Fuck Sluts’ met de illusie van een leeg dichtersboekje, alsof dat plechtigheid zou toekennen aan de voordracht van zijn botte poëzie. Nog krachtiger is een spectaculair verlicht segment over de scheiding van zijn twee hersenhelften. In een gezongen dialoog tussen zijn rationele linkerhersenhelft en gepassioneerde rechterhelft, wisselen de camerastandpunten en verlichting sterk en effectief tussen een kil zwart en lichtblauw, en een warm rood. Het nummer krijgt een autobiografisch karakter waarin Burnham op sentimentele wijze zijn motivatie onthult om komedie op te voeren.

Doordat hij zijn publiek en de indruk van zijn grappen goed aanvoelt, kan hij de botheid van zijn show beter afwisselen met oprechte, emotionele stukken. Al krabbelt hij wel weer terug door zichzelf steeds te ondermijnen met het fopsentiment in ‘#deep’ en een masturbatiepantomime (‘Beating off in A minor’, “the key, not the felony”). Hetzelfde doet hij voor en na een nummer vanuit het perspectief van God.

Het laat Burnhams worstelingen zien met zijn nieuwe belevingswereld als succesvolle komiek en zijn arrogante imago. Na wat zijn laatste liedje lijkt, komt Bo met de werkelijke climax: een geniaal muzikaal stuk, samengesteld uit gefragmenteerde voicemailberichten van drie zelf ingesproken berichten die hij constant krijgt te horen. De eerste is van een meisje dat hem eerst niet zag staan, maar vanwege zijn beroemdheid ineens geïnteresseerd is. Daarna volgt een telefoontje van een gretige manager die van alles aan Burnhams imago en inhoud zou willen wijzigen (Burnham heeft what. gratis op Youtube gepubliceerd, onder andere om aanpassingen en censuur van uitgevers te voorkomen). Het laatste belletje is van een man uit zijn jongere leven die hem niet kende, maar desalniettemin nu een oordeel over zijn persoon klaar heeft. Het mondt uit in een fysiek uitgebeeld sample-stuk (“We think we know you”) waarin Burnham op indrukwekkende (maar alsnog komische) wijze zijn zelfbewustzijn etaleert. Tegen alle verwachtingen in overtreft deze climax alles wat voorafging.