Shell
Nieuws

Shell

3 min leestijd

"In een langgerekt shot baant een jong hertje zich onbeholpen een baan naar de horizon. Het klinkt als een wat gemakkelijke metafoor, maar ziet er prachtig uit. Shell zit vol van cinematografische poëzie, die zo sereen is dat het niet potsierlijk wordt. De film is net zo guur als het landschap waarin het zich afspeelt en is een zware aanslag op het gemoed van de toeschouwer. Niet door sentimentalisme of een agressieve benadering, maar juist door subtiel en met een monnikengeduld de kijker te overladen met eenzaamheid. Ik ben maar wat blij dat ik op de terugweg van de persvoorstelling in Rialto een verdwaasde kleuter in clownskostuum achterop een fiets zag - inclusief paarse afropruik en lichtgevende neus. Anders was ik waarschijnlijk in de Amstel gesprongen."

Shell, het speelfilmdebuut van Scott Graham, is mooi geschoten en sterk geacteerd, maar zuigt stelselmatig elke vorm van levensvreugde uit je weg.

In Trainspotting toonde Danny Boyle het uitzichtloze en weinig florissante bestaan van de Schotse jongeren. Maar Renton en zijn vriendjes hadden nog het geluk in een grote stad te zitten. In de Schotse Hooglanden is het louter kou en eenzaamheid dat de klok slaat. Langs de uitgestrekte wegen kom je eerder een hert tegen dan een medemens. Zo af en toe staat ergens aan de wegkant een krakkemikkig huisje met pompstation. De bewoners zijn enkel verbonden met de buitenwereld door de auto’s die sporadisch – soms met dagenlange tussenpozen – het huisje passeren. Dit desolate landschap vormt de basis voor Shell, anderhalf uur aan Schotse troosteloosheid.

Hoewel ze op een pompstation werkt, is de 17-jarige Shell (Chloe Pirrie in haar eerste speelfilmrol) niet vernoemd naar ’s Neerlands grootste multinational, maar naar de talloze kleurrijke schelpen in de zee zo betoogt ze zelf. Kleurrijk is het leven van het bleke meisje echter allerminst: ze woont met haar vader Pete (Joseph Mawle) bij de pomp en verlaat het huis nooit. Ze heeft twee vaste klanten, de gescheiden vader Hugh (Michael Smiley) en de jongeman Adam (Iain de Caestecker), die allebei een oogje hebben op Shell. Ze is waarschijnlijk überhaupt het enige meisje dat ze zien. Shell durft niet weg bij vaderlief, hij heeft verder ook niemand en lijdt aan epileptische aanvallen, maar ze vindt bij hem niet de liefde en geborgenheid waarnaar ze verlangt.

De bergen van de Schotse Hooglanden zijn adembenemend mooi in hun blauwige gloed, maar de kilte van het landschap slaat over op de gehele film. De soundtrack bestaat slechts uit het gieren van de wind rondom het huisje. Prominenter dan de dialoog is het betekenisvol zwijgen en de introverte eenzaamheid van de personages. Er gebeuren nauwelijks heftige dingen – een scène die tot verkrachting zou kunnen leiden wordt in de kiem gesmoord. Als er al dood voorkomt is dit angstvallig buiten het beeld gehouden. Het is daarom constant afwachten totdat er iets gebeurt, maar er is weinig dat verlossing brengt. En als er al verlossing is, dan voelt dit als schijn. Het is afschuwelijk om te kijken, maar pleit wel voor het talent van Graham en het naturalistische spel van de acteurs. Met weinig middelen, zonder effectbejag en met een bewonderenswaardige beheersing weet de film de toeschouwer namelijk volledig verslagen de bioscoop uit te jagen.