De Chinese film A Touch of Sin lijkt een beetje op de Blokkers Nederland in 12 moorden. Regisseur Ji Zhangke laat het hedendaagse China zien aan de hand van vier waargebeurde moorden. Het is een China dat uit zijn voegen is gegroeid, of beter gezegd gebarsten, en waar de nieuw gewonnen rijkdom vooral een schaduwzijde heeft.
Zhangke presenteert vier verhalen, verspreid over vier verschillende Chinese provincies, die elkaar lichtjes aanraken. In een stoffige, godverlaten plek is een mijnwerker boos op de corrupte dorpsbestuurder en zijn handlangers. Gewapend met een jachtgeweer besluit hij eigen rechter te spelen wanneer zijn klaagbrief naar Beijing wordt geweigerd. Ergens anders rijdt een migrantenarbeider rond op een motor die zijn pistool voor alles gebruikt: ter bescherming, vervanging voor vuurwerk en om aan wat extra geld te komen. Dan is er nog een saunamedewerkster die een affaire heeft met een getrouwde man. Zij wordt als een voetveeg behandeld door de nieuwe bourgeoisie. Als laatste vertelt A Touch of Sin het verhaal van een jonge fabrieksarbeider die van baan naar baan hopt en terecht komt bij een decadente nachtclub.
De overgangen tussen deze verhalen zijn niet geheel vlekkeloos. Zo zien we enkele van de personages in hetzelfde (korte) shot wanneer het ene verhaal overgaat in het andere. Het zijn magere transities, zeker wanneer ook toon en stijl soms weinig op elkaar aansluiten. Het acteerwerk in het mijndorpjeverhaal komt nogal jolig over. Dat de oprechte woede van de mijnwerkers verloren is geraakt in cultuurverschillen bestaat overigens tot de mogelijkheden. Het is mij nog steeds niet duidelijk of er extreem slecht geacteerd werd, ze een karikatuur van zichzelf maakten of dat het gewoon zo hoorde. De wraaktrip van de mijnwerkers doet in alles denken aan films als God Bless America (Goldthwait, 2011) en Falling Down (Schumacher, 1993). Het laatste deel over de jonge fabrieksarbeider daarentegen lijkt meer op een doorsnee Franse film over jongeren uit de voorstad op zoek naar geluk: neerslachtig, langzaam en somber, maar dan Chinees. Dit gedeelte komt echt uit de lucht vallen en heeft helemaal geen terugkoppeling met de overige personages. Het lijkt alsof Zhangke opgeeft nog een poging te doen het geheel vloeiend te laten verlopen. Daarmee is A Touch of Sin te afgebrokkeld om een sluitend mozaïekverhaal te zijn, maar heeft het weer te veel aanknopingspunten omdat niet te zijn.
Dat er een rode draad door de film loopt is wel duidelijk: de personages zijn allemaal alledaagse mensen die geconfronteerd worden met de enorme reuzenstappen van de economische gigant China. De welvaart lijkt sneller op hen te zijn neergedaald dan dat sommige kunnen verwerken – zo erg dat corruptie en decadentie hun leven overneemt, of dat ze slachtoffer worden van de uitwassen. De complete scheefgroei wordt vaak duidelijk afbeeld. De zonovergoten cabrio in het stoffige mijnersdorp is het treffendste beeld hiervan. A Touch of Sin slaagt er goed in de problemen van het hedendaagse China over te brengen in een bloederig manifest. Maar het is geen echte dissidentenfilm: daarvoor laat het de communistische partij te ver buiten schot. Dit is de schuld van individuen. Desondanks is de film wel gecensureerd door de Chinese overheid. Oorspronkelijk zou in 2013 een aangepaste versie daar in de bioscopen verschijnen. Tot op de dag van vandaag is dat nog niet gebeurd.