Recensie: Kill Your Darlings
Review

Recensie: Kill Your Darlings

3 min leestijd
2/5

""I saw the best minds of my generation destroyed by madness", begint Allen Ginsberg zijn baanbrekende gedicht Howl. Waar deze waanzin in het begin van Kill Your Darlings nog enigszins wordt belicht, is de rest van de film juist een tamelijk klassieke liefdestragedie. Vreemde vogel Burroughs wordt steeds normaler, hyperactieve revolutionair Carr wordt steeds getemperder, de jazzcultuur waar de beatniks hun inspiratie uithaalden verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Het resultaat is een braaf filmpje dat helaas niet uitnodigt om de Beatliteratuur weer te lezen."

Jazz, speed en romantiek, het zijn de basisingrediënten van de Beat Poetry, een poëziestijl die na de Tweede Wereldoorlog in Amerika opkwam. Kill Your Darlings laat zien hoe de kopstukken van deze stroming bijeen kwamen, maar is niet swingend, druggy of lyrisch genoeg.

 

Ze waren wars van de traditionele poëziewetten en lieten zich liever inspireren door bebop en benzedrine. Ze wilden gedichten schrijven zoals Charlie Parker muziek maakte – spontaan, bevlogen en improviserend – en inspireerden op hun beurt de hippiegeneratie. Muzikanten als Bob Dylan en Paul McCartney – de ‘ea’ in Beatles is een verwijzing – waren verzot op de geschriften van de Beat Generation. Sinds enkele jaren lijkt er in de cinema een heropleving van de Beat Generation gaande, wellicht door een hernieuwde interesse vanuit de hipstersubcultuur naar deze oorspronkelijke hipsters. Zo verhaalt Howl (Epstein en Friedman, 2010) over het proces in 1957 tegen Allen Ginsberg wegens de vermeende obsceniteit van zijn gelijknamige gedicht. In 2012 verfilmde Walter Salles Jack Kerouacs On The Road, de Beatroman bij uitstek. Met zijn eerste lange speelfilm draagt John Krokidas bij aan deze beatrevival door een beeld te schetsen van het prilste begin van deze stroming, de ontmoeting van de latere kopstukken aan de Columbia University.

Daniel Radcliffe lijkt wonderwel op de echte Allen Ginsberg in zijn jonge jaren – voordat hij zijn anarchistische baard liet staan – toen hij als achttienjarig knulletje uit een Joods middenklassegezin werd toegelaten op Columbia University. Daar ontmoet hij de manisch depressieve losbol Lucien Carr (Dane DeHaan), die de brave Ginsberg meeneemt naar benevelende feestjes in de kunstenaarskringen van New York, waar hij onder andere William S. Burroughs (de derde grote Beatauteur, onder andere van Naked Lunch, hier gespeeld door Ben Foster) ontmoet. Ook raakt hij bevriend met de promiscue romanticus Jack Kerouac (Jack Huston). De vier delen een grote liefde voor poëzie, maar een afgunst jegens de traditie en willen de bestaande poëzieregels omverwerpen en vervangen door wat zij “New Vision” noemen: geen jambische hexameters of alexandrijnen meer, de dichtkunst staat voortaan louter in het teken van zelfexpressie. Ze verminken de klassiekers en ‘bevrijden’ de obscene boeken uit de kluizen voor verboden literatuur in de universiteitsbibliotheek. Maar achter deze adolescente drang tot revolutie sluimeren complexe liefdes- en lustgevoelens: Ginsberg is niet ongevoelig voor de schoonheid van Carr, die al jaren wordt gestalkt en gechanteerd door de obsessieve oud-professor David Kammerer (Michael C. Hall). In een poging zich te bevrijden van Kammerer steekt Carr hem neer en verdrinkt hem, maar hun geschiedenis gaat verder dan Ginsberg voor mogelijk hield.

Wat de Beat Generation onderscheidde van de traditionele poëzie was hun ongeremde romanticisme, hun extravaganza in zowel schrijf- als levenstijl. Op dit vlak laat Kill Your Darlings veel mogelijkheden liggen. Er wordt in het begin nog wel eens een jazzfeestje bezocht en de hoofdpersonen zijn met enige regelmaat dronken of stoned, maar de experimenteerdrift blijft bij wat audiovisuele flauwigheden – beeld en geluid terugspoelen, anachronistische muziek (Bloc Party en TV On the Radio), wat laffe drugtripscènes. Het liefdesdrama en het geestelijk verval worden steeds overheersender, de toon wordt steeds moralistischer. Tegen het einde is er een montagescène waarin Ginsberg liefdeloze seks heeft, Kerouac drugs inspuit en Carr Kammerer neersteekt en doet zelfs denken aan het fancy opgeheven vingertje aan het einde van Requiem for a Dream. De film lijkt last te hebben van het ‘waargebeurd verhaal’-syndroom: waar in het begin nog wel enige leuke ideeën te vinden zijn, ontwikkelt het plot zich richting de emotie en weg van de innovatie.