Het lijkt soms alsof al het mogelijke met zombies nu weleens gezegd en gedaan is: van zombieschapen tot zombie-castells. Wonder boven wonder blijken de ideeën voor zombiefilms nooit uit te putten. Stalled heeft een originele invalshoek, in een genre dat maar niet verzadigd lijkt te raken.
In Stalled raakt een naamloze conciërge (Dan Palmer) tijdens de kerstborrel opgesloten op de damestoiletten. De nood blijkt al snel een deugd wanneer het gezellige kantoorfeest verandert in een bloedige orgie. Het toilethokje blijkt een prima plek om je op te houden tijdens een net uitgebroken zombie-apocalyps. Gelukkig voor de conciërge blijkt hij niet als enige zich te hebben verstopt op het toilet. Hoewel dat voor de kijker niet zoveel uitmaakt: Palmer is prima gezelschap. Een koddig, schattig, wat zielig mannetje met typisch Brits gevoel voor humor. De vergelijking tussen de Britse zomromcom Shaun of the Dead (Wright, 2004) en – zoals de film zichzelf ook promoot – Phone Booth (Schumacher, 2003), of elke andere willekeurige film met één décor, is snel gemaakt.
Als enorme zombiefan moet ik toegeven dat geen enkel genre zo fluctueert in kwaliteit als het zombiegenre, vooral bij zulke lowbudget-producties. De nadruk ligt vaak op realistische onthoofdingen en etterende bijtwonden; dat het budget beter besteed is aan een degelijk script, acteerwerk en cameravoering lijken de enthousiastelingen soms te vergeten. Veel lowbudget-zombiefilms verdwijnen daarom in de afvalhoop van middelmatigheid. Stalled trapt gelukkig niet in deze makkelijk valkuil en stijgt boven zijn eigen gimmick uit. Toegegeven: de eerste drie kwartier van de film waren het leukst. Het verblijf op het damestoilet raakt na een tijdje door zijn momenten heen. Als op het laatst de vuilnisbak met tampons is geleegd om als lokaas te dienen voor de zombies, is elke mogelijke grap die erin zat er ook wel uitgehaald.
In veel opzichten is Stalled geweldig vermaak en bijna elke grap raak. De dialogen zitten slim in elkaar en maken leuke kleine toespelingen op het zombiegenre. Hier en daar weet het soms zelfs wat sociaal commentaar te leveren op de verhouding tussen de witteboordenmiddenklasse en de lage arbeidersklasse. Het is een geslaagd samenspel geworden tussen pis-en-poephumor – hoe kan het ook anders op een WC? – en gelaagde grapjes, met een knipoog naar de klassieke zombieformule. Dat het camerawerk soms wat bedroevend is valt daardoor veel makkelijker mee te leven. Wat Palmer bezielde om de film te beginnen met één van de meest lelijke onafgebroken shots in de laatste decennia filmgeschiedenis weet ik ook niet. Het schept een compleet verkeerde verwachting, want Stalled is allesbehalve amateuristisch.