Het is de droom van iedere festivalorganisatie, mooi weer, geen problemen en perfecte optredens. De organisatie van Where The Wild Things Are had deze drie elementen afgelopen weekend tot hun beschikking en maakte er meer dan dankbaar gebruik van, zeker na een volgens de media veel mindere eerdere editie.
Het is vrijdagmiddag 14 uur op 7 maart wanneer we aankomen op Center Parcs De Eemhof. Het bungalowpark, vooral terrein voor jonge gezinnen en oudere stellen, is het weekend overgeleverd aan een heel ander publiek. Bijna 4.000 man met grotendeels dezelfde muzieksmaak reist af naar Zeewolde voor een muzikaal weekend. Direct bij aankomst is al te merken dat het festival anders is dan andere festivals. Niet alleen de accommodatie is anders, maar de sfeer is ook veel gelatener dan normaal. Alhoewel op een gemiddeld rockfestival overigens al niet te klagen valt over de sfeer.
Bij het betreden van de bungalow vinden we een schoon en ontspannen verblijf voor het hele weekend, met in de vriezer een klein flesje Jaegermeister om de toon te zetten. Bungalowpark of niet, het is en blijft een festval. Dat is ook te merken aan de proviand die door veel veel bezoekers naar de bungalows wordt versleept. Waar normaal koffers met kleding de boventoon voeren, zijn het de kratten bier die dit keer in veelvoud over het park worden gedragen.

Het park was het hele weekend opgedeeld in drie hoofdlocaties, de Willem Ruis Sterrentent (mainstage), De Actionfactory (secondstage) en de Marketsquare. Op alle drie de locaties was meer dan genoeg te doen, maar vooral rondom de Willem Ruis Sterrentent hing het festival gevoel. Dit kwam niet alleen door het grote podium, maar vooral ook door het foodcourt dat was opgebouwd en bijvoorbeeld de mogelijkheid om festivalshirts te kopen.
Uniek waren vooal de optredens die op de meest vreemde locaties waren of ontstonden. Zo troffen we tijdens een wandeling over het park op zaterdag eerst al een klein optreden aan onder de glijbaan, vlakbij het zwembad. Vervolgens bleek er ook een bandje op te treden vanaf een waterfiets. Dit maakte de reeds aanwezige, goede sfeer alleen maar beter. Iets wat overigens het bungalowpark in het algemeen ook met zich meebracht.

De choas die een festival normaal met zich meebrengt, ontbrak tijdens WTWTA. Vooral het overnachten in bungalows zorgde hiervoor. Natuurlijk was iedereen beter gemutst dan normaal, maar het contact met de mensen om je heen was ook minder. Wanneer mensen zich terugtrokken in de bungalow, was er geen contact meer met anderen zoals op een festival wanneer men teruggaat naar de camping.
De akoestiek was op alle locaties goed, maar de kleinere locaties waren vaak wel te luid afgesteld. Vooral de bands in de Hammilton’s hadden hier last van. De oordoppen die in ieder huisje lagen, waren dan ook geen overbodige luxe. In de Willem Ruis Sterrentent was dit vele malen beter. Vooral tijdens bijvoorbeeld Franz Ferdinand en De Staat was door de hele tent heen het geluid goed en niet te hard.

Over de optredens valt weinig tot niets op te merken. Duidelijk is dat Where The Wild Things Are een goede combinatie biedt van muziek. Waar vorig jaar het verwijt viel dat de muziek niet aansloot op het publiek dat een dergelijk festival bezoekt, was nu duidelijk zichtbaar dat tijdens ieder optreden werd genoten. Het maakte niet uit of door Franz Ferdinand en Taymir werd opgetreden, of dat After Partees van zich liet horen in de Hammilton’s.
Where The Wild Things Are 2014 is het ideale festival voor de iets luxere festivalganger, die toch de sfeer wil meekrijgen en van de muziek wil genieten. De prijs van rond de 200 euro per kaartje is wel een stuk hoger dan de line-up doet vermoeden, maar de luxe die je hier voor terugkrijgt in vergelijking met welk ander festival dan ook is ongekend. Het zorgt er aan de andere kant wel voor dat WTWTA zeker niet voor iedereen geschikt is. De organisatie heeft reeds aangegeven volgend jaar terug te keren en wij kijken dan ook al uit naar WTWTA 2015.