Doorgaan naar artikel
Stillwave heeft Interpol niet nodig
Pim van den Berg
Pim van den Berg
Profiel

In de aanloop van de tweede en gelijknamige EP bewijst de Utrechtse band Stillwave dat originaliteit dood is, maar dat ze originaliteit niet nodig hebben.

Er zijn al twee nummers met bijbehorende video’s uitgebracht voor de Stillwave-EP. ‘Callow’ kwam afgelopen december uit en de nieuwe ‘Modes of Transport’ deze maand. De singles kregen aandacht van allerlei (inter)nationale muziekblogs. Opvallend was de neiging van vrijwel elk van deze blogs om het geluid van de band te identificeren door middel van vergelijkingen met genres en, nog vaker, andere, bekende artiesten.

Kicking the Habit vraagt zich bij aanvang af: “Hoe een jonge Interpol had geklonken als ze uit de UK zouden komen?” In twee korte alinea’s worden nog drie andere bands genoemd die enigszins moeten afbakenen hoe Stillwave zou klinken. Right Chord Music trapt de promotie af met: “If Franz Ferdinand, The Killers and The Smiths somehow absorbed into a three-piece band from the Netherlands, what you’d have would be Stillwave.” The Joy of Violent Movement noemt het eigenaardig genoeg: “an uncanny resemblance to David Bowie, if he were the frontman of Remain in Light-era Talking Heads. Yes, the track has a glam-feel but manages to possess an propulsive, African-inspired funk.” Misschien Eno-Bowie, maar om de Talking Heads moest ik grinniken.

Het zijn flatteuze vergelijkingen en de blogs gaan daarnaast wat in op de klank van de muziek zelf, maar het blijft een willekeurig spel van categoriseren. Stillwave valt over het algemeen binnen het genre post-punk, waar het gros van de genoemde bands ook bij horen. Wat de constante vergelijkingen echter doen, is het miskennen van de kracht van Stillwave. Een vergelijking is makkelijk gemaakt en benadrukt telkens dat het geluid dat we nu horen, in dit geval een nieuwe, Utrechtse band, vergelijkbaar klinkt met een band, of een combinatie van bands, uit het verleden. Welkom op het internet, waar er zo veel muziek is dat elk specifiek genre overloopt van vergelijkbare bands. Maar ‘het vergelijkbare’ is niet wat Stillwave goed doet.

Het blog Backseat Mafia heeft het bij het juiste eind wanneer ze zeggen dat: “You can get bogged down with trying label stuff. But it can also go the other way. Post-punk, new wave, whatever you want to call it, has been a term applied to an ever increasing number of bands, effectively broadening the genre to a point that it becomes almost meaningless.” De belangrijkste punten: “Not only would I say they are post-punk I would add to that by saying they’re a bang up to date version of how we would expect the genre to have progressed” en “You can label Stillwave however you see fit – but one thing you can’t do is deny how good they sound.”

Boem. Backseat Mafia vleit de band niet met grootse vergelijkingen en holle frasen, maar neemt de categorie post-punk voor wat het is en prijst de band om hun eigen kracht. Als je het mij vraagt ben ik het ermee eens: Stillwave klinkt goed. Zowel ‘Callow’ als ‘Modes of Transport’ getuigen van een meer dan bovengemiddeld besef van melodie, textuur, dynamiek en gezond zelfbewustzijn. De gitaar en bas van Michaël van Putten en Marcel Jongejan verkennen allerlei klanken in het spectrum, van verstoord, ruw en drammerig tot zweverig en melodieus. Deze afwisselingen worden, samen met de regelmatig opzwepende en werkelijk uitstekende drums van Adriaan Hogervorst, alleen maar efficiënt en functioneel ingezet om de twee nummers van een daadwerkelijke spanningsboog te voorzien. Het hard in ‘Callow’ klinkt harder, omdat het gehuwd is aan het zacht in het nummer. De climax in ‘Modes of Transport’ is bevredigend omdat er twee en een halve minuut voorspel aan voorafgaat (die korte drumpauze na het eerste refrein is een meesterslag). Dat vergt beide een discipline die we in Utrechtse bands verder weinig zien. Er wordt teveel gericht op riedeltjes en riffs in ‘garage rock’, een banaal synoniem voor ‘kan net het instrument vasthouden’ – niet dat instrumentale beheersing een vereiste is – en er is de onverdiende bombastiek van uitvergrote, egocentrische gevoelsbelevenissen in folk. Stillwave investeert in een nummer.

Maar naast deze greep op essentiële compositievaardigheden maakt het zelfbewustzijn van de presentatie de boel compleet. Post-punk is van oudsher geen romantisch genre. De muziek is stijf en afstandelijk. Men draagt over het algemeen zwart. Dat we Ian Curtis idealiseren had weinig te maken met de onbeholpen manier waarop hij danste – en een gezellige diner-gast zal het ook niet geweest zijn. Mislukte liefde en sociaal ongemak zijn veelal de leidraad van de bands in het genre (Morrissey is hier de koning van, als je toch de Smiths-vergelijking maakt). Als Stillwave hier niet perfect tussen past. De video’s van beide singles zijn (onbewust?) toepasselijk beklemmend en ongemakkelijk. ‘Modes of Transport’ heeft de benauwende “Snorricams”; ‘Callow’ heeft een feestje in een grachtkelder als een doodgeslagen biertje. En dan zijn er die constante close-ups van Jongejans bleke kop.

Ze doen vrijwel alles wat het genre post-punk voorschrijft. Ze kennen het genre en uit de muziek is te horen dat ze ervan houden. Ik zou Stillwave niet als origineel bestempelen, maar ze hebben origineel niet nodig. Ze onderscheiden zich met kwaliteit. Ze zijn geen Interpol, Smiths of Sonic Youth, ze zijn al helemaal geen Afrikaanse funk. Ze zijn gelukkig zichzelf.

Als ik móest kiezen, zou ik ook Interpol zeggen. Maar het doet er niet toe.

Op 22 mei presenteert Stillwave de gelijknamige EP in de EKKO in Utrecht.