Afgelopen maandag heeft Microsoft de Gears of War: Ultimate Edition aangekondigd. Hierbij kwam ook meteen al de boodschap dat er, met onmiddelijke ingang, een week lang een multiplayer bèta voor het spel zal zijn. Het is een redelijk simpele bèta: Je kan een paar maps spelen met voornamelijk Team Deathmatch waarbij allebei de teams een aantal levens hebben en je verliest als je ze allemaal gebruikt hebt.
Je moet niet veel meer verwachten dan van het originele spel. Het ziet er allemaal wat mooier uit en het loopt wat soepeler, maar niemand heeft ooit de multiplayer van Gears of War gespeeld voor de graphics. Het eerste deel van Gears of War is altijd een spel geweest voor de hardcore speler en dat zal het ook altijd blijven. Is dat iets ergs? Nee, ik vind van niet. Er zijn vandaag de dag te weinig spellen waar bijvoorbeeld een sniper rifle iets is waar je als team voor moet vechten om het te kunnen bemachtigen, of waar dood gaan daadwerkelijk iets meer betekent dan: “Oh shit, daar gaat mijn killstreak.”
Gears of War: Ultimate Edition speelt lekker weg, precies zoals het origineel. Het belangrijkste aan het spel is dat het mensen een nieuwe plek geeft om deze game met elkaar te spelen, aangezien de Xbox 360-versie behoorlijk dood was. Daarnaast is dit een goed excuus voor iedereen om het verhaal nog een keer door te spelen, want die was toentertijd briljant. Mensen die de oude versie niet konden waarderen, zullen waarschijnlijk de Ultimate Edition ook niet kunnen waarderen aangezien het vrijwel precies hetzelfde spel is maar dan opgepoetst. Voor iedereen met een Xbox One die nooit een Xbox 360 heeft gehad, is dit spel een absolute musthave.
