Het is alweer de laatste maand van het jaar. Normaal gesproken betekent dit in de filmindustrie dat de grootste films van het jaar in de bioscoop verschijnen. Dit zullen we de komende weken dan ook gaan merken in onze wekelijkse rubriek “Het Filmarchief”. We beginnen deze week goed met Catfish, Charlie’s Angels en GoldenEye.
De inmiddels mateloos populaire MTV-serie Catfish begon ooit als een onschuldige documentaire van twee beginnende filmmakers die hun vriend en broer Nev Schulman, de huidige presentator van de serie, volgden in zijn zoektocht naar liefde op het internet. Op zowel inhoudelijk als cinematografisch gebied zit de documentaire uitstekend in elkaar. De informele, losse manier van filmen zorgt voor een gemakkelijke identificatie met Nev en de rode draad van Catfish, het online voor de gek gehouden worden, is zeer herkenbaar in het huidige digitale tijdperk. Omdat ik zelf eerst de documentaire heb gezien en daarna pas de televisieserie zie ik, logischerwijs, sterke overeenkomsten tussen beide vormen: niet alleen inhoudelijk, maar ook cinematografisch. Toch geef ik een lichte voorkeur aan de documentaire Catfish: de (naïeve) spontaniteit van Nev is erg aanstekelijk en werkt erg goed. Dit komt jammer genoeg minder over in de televisieserie.
Charlie’s Angels is mij als film niet heel erg bijgebleven; ik was elf toen hij uitkwam. Het is dan ook meer het tijdperk en hoe “ouderwets” het nog allemaal was, waarom ik met een glimlach terugdenk aan deze film. In 2000 zat ik in groep 8: Hét overgangsjaar waarna je het echte kind-zijn achter laat voor het “grote mensenleven” op de middelbare school. Het jaar waarin je de barbies verruilt voor volwassen dingen als de videotheek. Ik kon er soms uren ronddwalen met mijn vriendinnetjes, op zoek naar een leuke film om te kijken. Dit waren geen kinderfilms meer. Dit is de tijd van de tienerfilms, “romcoms” en girlpower komedies. Zo kozen we op een woensdagmidddag Charlie’s Angels uit. Een remake van de serie uit de jaren ’70.
Als kind vond ik hem fantastisch: de Angels waren ongelooflijk stoer, maar tegelijk ook super vrouwelijk. De film was grappig én ontzettend spannend. Alleen de mannen vond ik niet zo knap. Als ik de film nu zou zien dan zou ik waarschijnlijk zeggen dat hij erg flauw is en over-the-top, dat het verhaal flinterdun is en het acteerwerk niet al te best. Dat neemt niet weg dat slechte films nog steeds heel vermakelijk kunnen zijn, zeker wanneer je ze verbindt aan een herinnering. Om terug te denken aan “die goeie ouwe tijd”, waarin er nog geen Netflix was. Waar je nog een stuk moest fietsen om een film te kunnen huren. Waar je ontzettend veel plezier had bij alleen al het uitzoeken van de film, hopend dat je de knappe buurjongen weer zou tegenkomen en waar je nog giechelend langs de pornoafdeling liep. Zeg nou eerlijk, stiekem was dat toch allemaal veel leuker?
Voor wie onze site in de gaten houd heeft mijn Top 007-serie de afgelopen tijd wel duidelijk gemaakt dat ik een Bond-fan ben. Deze langlopende filmserie is na mijn kindertijd mijn introductie tot het fenomeen films geweest. Het begon allemaal toen ik de eerste Bondfilm Dr. No op tv zag. Er zouden vele bezoeken aan de videotheek volgen, met als doel om alle (destijds 19) films te hebben gezien. Een avontuur dat begon met stoffige videobanden en zou overgaan op hypermoderne schijfjes die “DVD’s” werden genoemd. Helaas bleken de schijfjes niet altijd even goed opgewassen tegen het harde leven van een verhuurversie. Zo nu en dan kon ik maar een halve film bekijken voordat de DVD-speler een te diepe kras in het schijfje was tegengekomen. Het zou uiteindelijk vele maanden duren voordat ik alle films had gezien. GoldenEye was een van de titels die de kleine Aloys erg kon waarderen en hij hoort nog steeds bij mijn favorieten.