Crimson Desert klinkt als een crimineel lekker toetje, maar is eigenlijk een openwereld-actie-avonturenspel met een rpg-smaakje. In deze immense, weidse speelwereld speel je als Kliff, een van de laatsten van de Greymane-clan. Deze groep beruchte krijgers wordt met uitsterven bedreigd nadat de dodelijke bende The Black Bears de clanleden bijna allemaal heeft doodgemaakt. Maar de Greymane zijn even berucht als hardnekkig. Jij bent dus een van die onverschrokken krijgers en aan jou de ogenschijnlijk onmogelijke taak om op zoek te gaan naar de laatste overlevenden en zo de clan in ere te herstellen. De wereld die je voorgeschoteld krijgt is immens. Je kunt overal naar toe en doen wat je wilt. Pakt dit dan wel goed uit, of raak je van het pad af met de ontelbare keuzes die je kunt en moet maken? Wij hebben de stoute schoenen aangetrokken, het paard opgezadeld met onze last en zijn op weg gegaan.
Met spellen zoals dit zijn de vergelijkingen snel gemaakt. Denk hierbij aan The Witcher, Skyrim, Red Dead Redemption 2 en Kingdom Come Deliverance II. Dit zijn eveneens ervaringen met een grote, levende wereld waarin je alles kunt doen en alles kunt zijn wat je maar wilt. En daar is Crimson Desert eigenlijk helemaal niet anders in. Met zowel de spelvorm, als de vele bugs die een spel van dit formaat onvermijdelijk heeft. Want foutjes zijn aanwezig, zoveel is zeker. Maar voordat we dat bespreken, zoomen we even uit.
Zodra je voet zet in Pywel, het land waarin het spel zich afspeelt, word je gelijk ondergedompeld in de setting. In de intro leer je kort hoe de besturing werkt en krijg je het verhaal mee. De koning van het land ligt in coma en de verschillende facties doen allemaal een gooi naar de macht, want daar is nu een vacuüm ontstaan. De Greymane-clan is een beetje de vredesbewaker, maar wordt overrompeld door de veel sterkere Black Bears. Iedereen wordt voor dood achtergelaten en vanaf dan begint het spel voor jou echt. Zoek naar de laatste overlevenden van de Greymane-clan en zorg dat er weer vrede is in het land. Dit verhaal heeft een hoog ‘been there, done that’-gehalte, maar ons hoor je niet klagen.
Je bent dus dood aan het begin van het spel. Maar in het hiernamaals, hier The Abyss genoemd, willen ze je niet hebben en je keert terug in het land der levenden. In de tijd dat je daar bent, heb je een ontmoeting met iemand die jou speciale krachten meegeeft. Naarmate het spel vordert, speel je meer van dat soort krachten vrij. Deze krachten schuren een beetje met de setting, wat ons betreft.
Pywel is namelijk een oude wereld. De setting voelt middeleeuws aan met een vleugje mystiek. Er zijn een aantal verschillende regionen. Je begint in Hernand. Daar vind je de kleine, ouderwetse dorpjes waar de smid wapens aan het maken is, boeren op het land aan het werken zijn en ridders door de straten patrouilleren. In de verte zie je een kasteel en verschillende heuvels, rivieren en bergen. In die gemeenschap heb je niet alleen mensen. Je ziet er ook orks, elven, dwergen en halfreuzen lopen. Het is fantastisch als je die voor het eerst tegenkomt. Regelmatig keken we onze ogen uit als we weer eens een fantastische creatuur tegen het lijf liepen.
Demeniss is de hoofdstad van Pywell, waar de koning in coma ligt en de verschillende facties elkaar naar het leven staan om de macht te grijpen, nu er niemand meer de baas is. Delysia is de regio waar driftig wordt geëxperimenteerd. Hier kom je dan ook regelmatig vijanden tegen met harnassen die uitgerust zijn met de meest fantastische snufjes. En tot slot heb je ook de regio Crimson Desert. Een verlaten woestijn waar wetteloosheid regeert.
De krachten die we hebben worden voor het eerst geïntroduceerd in The Abyss. Deze wereld betreed je door middel van een scheur in de realiteit. Het staat eigenlijk heel haaks op hoe de rest van de setting is, want in The Abyss ben je opeens bezig met puzzels oplossen die nog het meest lijken op de problemen die je in The Legend of Zelda: Breath of the Wild voorgeschoteld krijgt. Je moet met telekinetische krachten dingen verplaatsen, terwijl je heel hoog in de lucht Obby-achtige parcoursen aan het afleggen bent. Nu is er niets mis met een beetje behendig springen, maar dan moet de besturing wel meewerken. En helaas loopt Kliff net zo ‘soepel’ als Geralt in zijn beginavonturen als Witcher. Voor degene die deze spellen nooit gespeeld hebben: dat is dus heel erg houterig en niet responsief.
Deze spelgedeeltes zijn zover uit de spelwereld verwijderd (letterlijk), dat het wel gek en totaal niet immersief aanvoelt. Gelukkig speel je niet alleen als Kliff. Er komen twee anderen van de Greymane-clan meedoen: Oongka de ork is er daar een van. Zijn speelstijl is brute kracht. De andere is Damiane, een vrouw met vuurwapen-skills. Zij is de tegenhanger en meer het behendige type. Je kunt net als in GTA V switchen tussen de drie personages die elk een eigen speelstijl met zich meebrengen. Alleen het hoofdverhaal speel je met Kliff.
Die rare setting en puzzels wil overigens niet zeggen dat het geen heerlijk spel is. Buiten de afwijkende scènes om, leeft en ademt de wereld een fantastische sfeer. Kippen lopen met hun kuikens in hun kielzog door het gras, vogeltjes fluiten vrolijk en overal vliegen beestjes en springen krekels en kikkers voor je weg als je door het gras loopt. Npc’s doen allemaal hun ding en leven hun levens. Overdag is iedereen in de weer en ’s nachts zie je alleen wat slaperige stadswachten vechten tegen de slaap. Iedereen kijkt je aan, of houdt rekening met je als je langsloopt. Het spel wekt echt de indruk dat je er bént.
Daarbij zijn de graphics van ongehoord goede kwaliteit. Crimson Desert draait op de eigen engine van ontwikkelaar Pearl Abyss en heeft de naam Black Space Engine. En die is behoorlijk goed ontwikkeld. Zij hebben namelijk al flink wat ervaring opgedaan met hun MMO Black Desert en deze engine is een doorontwikkeling daarvan. De wind waait door de bomen en het zeer dynamische weer zorgt ervoor dat je echt het gevoel hebt in een levende wereld te spelen. Het kan van zonnig ineens omslaan in donker en dan voel je gewoon dat er regen aan zit te komen.
Het water voelt echt alsof het volume heeft, in plaats van dat het een stuk texture is dat als een filmpje afspeelt. De ray tracing zorgt er vervolgens voor dat alle lichtinvallen heel natuurgetrouw weerspiegelen op elk stukje oppervlakte, of dat nou nat of droog is. Je kunt te voet gaan of te paard, maar het spel nodigt echt uit om in een rustig tempo alles mee te maken en in je op te nemen.
Kleine minigames zijn verspreid over het land. Bij de een kun je armpje drukken, bij de ander steen, papier, schaar spelen en bij weer iemand anders kun je gokken of jouw pijl-en-boog-skills tonen in een wedstrijdje. Allemaal details die ervoor zorgen dat je met een grote glimlach zit te spelen en alles in je opneemt. Het level van detail slaat niet door tot in de kleine puntjes, net als bij Kingdom Come Deliverance II. Daar was bijvoorbeeld het gebruik van de smid ook een minigame op zich, maar hier zet je de beste man aan het werk waarbij je elke keer hetzelfde tussenfilmpje ziet. Of je nu jouw handschoenen van nieuw en beter leer voorziet, of je schild of zwaard sterker maakt. Niet echt een minpunt, want KCD II kon daar zeker wel in doorschieten. Hier ligt de focus duidelijker op andere dingen.
Het level van detail is wat ons betreft precies goed. Je hoeft niet zelf tot in de kleinste details jouw uitrusting en wapens te bewerken, maar enig onderhoud is wel aan te raden. Je paard heeft geen onderhoud nodig, wordt niet vies en krijgt geen honger. Het vechten is duidelijk een flink stuk simpeler. Dit is wederom geen negatief punt, want -vooral in KDC II– was het knokgedeelte vaak onnodig pittig. En een wat simpeler vechtsysteem komt het speelplezier zeker ten goede.
Crimson Desert zit, geheel in de lijn der verwachtingen van een spel van dit formaat, vol met kleine en soms ook grote irritaties, bugs en rare foutjes. Kinderen die ’s nachts buiten zijn bijvoorbeeld. Ze zitten dan wel te knikkebollen of te slapen, maar je ziet dat het een ontwerpfout is, want ze zijn namelijk op de plek waar ze overdag ook zijn.
De verschillende npc’s acteren en bewegen heel erg overdreven. De mimiek is duidelijk extra aangedikt. Bij kleine kinderen pakt dat leuk uit, bij volwassenen wat minder. Daar zie je dat het te overdreven is en past het niet altijd in de setting. Wij hadden een keertje een boos persoon waarvan zijn geiten gestolen waren. In plaats van boos zijn, ging hij op de grond liggen en zitten nukken als een klein kind. Een beetje vreemd en uit de context. Verder zijn ze voorzien van krukkige tekst. Sommige zinnen lopen niet echt lekker en halen je daardoor een beetje uit de beleving. Het is niet heel erg storend, soms zelfs grappig, maar in het geheel valt het wel op.
De bewegingen zijn wel storend als iemand zit. Als je met iemand gaat armpje drukken, dan is die persoon constant in beweging en zittend ziet dat er gek uit. Ook is de hitdetectie heel ruim genomen. Zelfs als je met je paard in een boog om mensen heen rijdt, dan worden ze alsnog omvergelopen. Kleine dingetjes die best wel opvallen, maar omdat het een spel van zo’n groot formaat is, vergeef je het al gauw.
Al met al zijn dit kleine dingetjes die zeker in toekomstige updates gladgestreken kunnen worden. Spellen zoals The Witcher en Skyrim begonnen immers ook met ruwe randjes. Daaromheen zit een onwijs gaaf spel dat zich afspeelt in een megagrote, zeer immersieve wereld. De npc’s reageren echt op jouw aanwezigheid en de omgeving zit vol met kleine en grote beestjes. De vergezichten zijn fantastisch en het spel nodigt echt uit om het langzaamaan te spelen en lekker de tijd voor alles te nemen. De extra krachten van de hoofdpersoon vallen wat ons betreft een beetje buiten de context, maar het is allemaal niet heel erg vervelend.