Nieuws

Recensie: Blur op Rock Werchter

5 min leestijd

De Britse popband Blur deed na een lange tijd eindelijk weer de Benelux aan als headliner van de vrijdag op het Rock Werchter. Een verslag van de hele dag.

De vloek van een klein terrein
Vergeleken met andere dagen maakte de line-up van de vrijdag van Rock Werchter weinig indruk. Het kleine festivalterrein heeft maar drie podia, waardoor er na elk optreden op het hoofdpodium een gat valt van zo’n drie kwartier. Als de enige keuze dan de dubieus geprogrammeerde en playbackende Ke$ha is, wordt de wacht naar de meer belovende acts een lange. De vroegte werd goed gevuld met de gestroomlijnde soul van Charles Bradley – waar ik helaas maar een heel nummer van heb kunnen meevangen, de vaardig gespeelde, maar ietwat ongeïnspireerde blues van Gary Clark Jr., The Bots met hun trashy punk, de luidruchtige raps van Angel Haze en de auto-erotische zangpartijen van Lianne La Havas. Opvallend genoeg zijn dit allemaal donkere artiesten die een verademend contrast vormden met de betekenisloosheid van gitaarknulletjes Two Door Cinema Club en boy toys The Script. Elektronicafans konden uit de voeten met Boys Noize en Diplo’s Major Lazer. Het muzikaal palet van de programmering was breed genoeg om iedereen te bekoren: de kwaliteit van de optredens echter niet.

Het optreden van de Hives aan het einde van de middag was geforceerd en haast vermoeiend. De band kan nog steeds uitzonderlijk spelen een zetten zich volledig in voor een strakke, professionele show, maar kregen ondanks zanger ‘Howling’ Pelles vermakelijke egomanie onvoldoende contact met het publiek. De muziek wordt gedreven door twee luide gitaren, maar over de hele dag al lag het volume van de gitaar op het hoofdpodium beneden peil – wellicht heeft dit het optreden van de band ondermijnd.

Jong gedaan, oud geleerd
Het was aan Phoenix om de avond op het hoofdpodium in te luiden. Opvallend was hoe mild de muziek van Phoenix lijkt te zijn op een groot podium: Thomas Mars’ stem kwam zonder de gebruikelijke studiotrucage erg timide over. Gelukkig is ter compensatie de drummer een harig beest en hielp de simpele, maar effectieve lichtshow het optreden te verheffen. De nummers van Phoenix zijn uiteindelijk wel erg sterk: ‘Lisztomania’, ‘If I Ever Feel Better’ en het nieuwe ‘Entertainment’ kunnen op een enthousiaste reactie rekenen van een brede schare fans.

Ondanks allerlei trubbels in het verleden die de band een twijfelachtige live-reputatie geven, zetten de Kings of Leon een buitengewoon nette, zij het wat strenge show neer. Zanger Caleb haalde elke noot en smolt gestaag voor het lovende publiek: een dankbaar cadeau voor het harde werk van een zeer goed optreden van een klein anderhalf uur.

De koningen van Britpop
Het meest geanticipeerde optreden was van Blur, die even na middernacht begonnen. Wat bij de slim feestelijke opening van ‘Girls & Boys’ en ‘Popscene’ meteen opviel was de energie van Damon Albarn. Vergeleken met optredens van Gorillaz en The Good, the Bad & the Queen, waar hij met een hoge hoed achter een piano verscholen zat, was het bijna verrassend hoe gemakkelijk hij terugkeert naar de grijnzende rebel die hij eerst was: springend, tollend en waterflessen leeg gietend. Hetzelfde geldt voor de geweldige Graham Coxon, die, ondanks dat zijn gitaargeweld door het lage volume werd gedwarsboomd, onbevreesd in het tweede nummer al koprollend lag te soleren. Drummer Dave maakte van de gelegenheid gebruik en liet met allerlei riedels zien dat hij meer kan dan alleen rammen. De razendsnelle baslijnen van de charmant Franssprekende Alex waren door de zachte gitaar des te beter hoorbaar, waardoor hij bewees wat een goede bassist hij eigenlijk is. Met een toetsenist, een vierkoppig koor en drie blazers, die niet constant, maar op de juiste momenten werden ingezet, werd de bezetting afgerond. De technische vaardigheid en podiumaanwezigheid van Blur zijn consistent solide. Mede door het laatste overtreffen ze alle concurrentie, Radiohead incluis. Blur is simpelweg een fenomenale band om te zien.

Wat helpt is dat Blur door de in hun carrière strategische stijlveranderingen een veelzijdig muziekassortiment opgebouwd hebben. De set opent met de olijke stampers van hun vroegere periode, loopt over in de alternatieve rock van het latere werk en kiest vervolgens het sentimentele pad met wat ballades. De variatie houdt het optreden op verschillende manieren interessant: emotie en feestelijkheid worden vaardig afgewisseld. Blur altijd een gave gehad voor zeer aanstekelijke muziek die tegelijkertijd muzikaal interessant is, dankzij het contrast tussen Damons pop-persona en de ingetogen herrieschopper Graham.

Naast de eerdergenoemde klacht over het geluid was een nadeel dat de band een kwartier eerder stopte dan ingeroosterd. Ondanks dat het optreden ruim anderhalf uur duurde, waren blijkbaar weinig mensen ze beu. Met een fonkeling in zijn ogen vertelde de doorweekte Damon dankbaar dat Werchter hun beste publiek was van dit jaar, hoewel ik hem niet onmiddellijk geloof. Tevens – en dit is het wrange aan de muziek van Blur – geeft het een dubbel gevoel om mee te zingen met de immer satirische teksten van de band. Het mantra van het publiek was Grahams ooit sarcastisch gezongen “oh my baby”-stuk uit ‘Tender’, maar door het publiek wordt het ingezet als een oprechte liefdesverklaring. Ook de cynishe, dystopische teksten van afsluiter ‘The Universal’ worden gereduceerd tot catharsis.

Desalniettemin speelde Blur de beste show die ik in tijden heb mogen zien. Het optreden duurde lang en was gevuld met fantastische muziek die vaardig en levendig gespeeld werd. De band had chemie met het publiek en had het duidelijk ontzettend naar hun zin. Dit is goed nieuws: Blur mag nog wel even blijven. Indien je de kans ziet om ze te op te zoeken, grijp hem dan.

Foto: Rock Werchter