Stop-motion is niet louter Buurman & Buurman wat de klok slaat. Onder de nieuwe generatie stop-motionanimatoren bevinden zich heel wat verknipte geesten zo toonde het blok Beyond the Uncanny tijdens het KLIK!-festival in Amsterdam.
Stop-motion heeft iets aandoenlijks: urenlang knutselen aan je poppensetje, frame voor frame subtiel aan je personages frunniken in de hoop dat het resultaat op een brakke zondagochtend aan VPRO-jeugd wordt voorgeschoteld. Tegelijkertijd is het een techniek die, omdat deze het midden houdt tussen animatie en speelfilm, een uncanny of in fatsoenlijk Nederlands unheimlich gevoel weet op te wekken. Zeven van zulke stop-motionanimaties die diep in de krochten van de menselijke geest wroeten komen aan bod in de selectie Beyond the Uncanny: Contemporary Stop-Motion van animatiefestival KLIK! In Amsterdam.
Waar animatoren als de gebroeders Quay, aan wie vanaf medio december een overzichtstentoonstelling wordt gewijd in EYE, zich laten inspireren door Oost-Europese animatiemeesters als Jan Švankmajer, is de huidige generatie overduidelijk beïnvloed door de conventies van de horrorfilm. Een korte film waarin conventies het leukst weet uitgebuit worden, is Ward 13 van de Australische filmmaker Peter Cornwell. De film vertelt het verhaal van een man die wakker wordt in een ziekenhuis, omringd door obscure doctoren. De hoofdpersoon probeert te ontvluchten, maar stuit op tal van misstanden in de zorg: experimenten met honden, een patiënt die veranderd is in een Ktulu en een dokter met het hockeymasker van Jason Voorhees. Waarin Cornwell voornamelijk uitblinkt is het animeren van soepele en creatieve actie- en achtervolgingsscènes, waardoor de film niet onderdoet voor real-life actiekomedies.
Een zeer interessante film is Devil in the Room van Carla MacKinnon, die laveert tussen speelfilm en stop-motion. Het is een korte documentaire (ongebruikelijk in stop-motion) over het verschijnsel slaapverlamming, de staat waarin de geest wakker is maar het lichaam nog verlamd. Mensen die in deze staat van zijn verkeren ervaren vaak de aanwezigheid van een kwade kracht in de kamer, maar kunnen zich hier niet tegen verweren totdat ook het lichaam wakker is geworden. In de film vloeien citaten van ervaringsdeskundigen over in de demonische stemmen, mensen veranderen in poppen, schaduwen nemen gevaarlijke vormen aan. De mythische monsters uit verloren beschavingen die met slaapverlamming werden geassocieerd, zijn als prachtige ranzige poppen afgebeeld in korrelig zwart-wit.
Hoogtepunt van het programma is het misselijkmakende Bobby Yeah van de Brit Robert Morgan. Tijdens de inleiding van Schokkend Nieuws-redacteur Barend Voogd werd de film al beschreven als ‘Pingu being raped by David Lynch’ en daarmee was niets te veel gezegd. De film is naar verluid geschoten zonder van tevoren bedacht plot. Telkens wanneer een scène geen kant meer op kan, tovert hij op de misvormde lichamen van zijn personages een rode knop om zodoende naar een nieuwe scène over te kunnen stappen. Toch is het verhaal niet geheel stuurloos: een naargeestig konijntje ontvoert een wormachtig wezen dat veel wegheeft van de fallische bloedzuigers uit David Cronenberg’s debuutfilm Shivers. Hierna wordt hij belaagd door talloze andere wezens, van een enorm hoofd tot een vogelkopje dat vastgenaaid is aan een penis. Bobby Yeah is een twintig minuten durende puberale bad trip waarin bloed, zaak, abcessen en cupcakes niet aan te slepen zijn en het publiek van de ene in de andere walging valt. Zoals Voogd al aangaf: voer voor psychologen.
Animatie is niet enkel voor kinderen, zo toont Beyond the Uncanny. Stop-motion biedt ongekende mogelijkheden om een vervreemdend landschap neer te zetten, doordat het zich in tegenstelling tot tekenfilm wel in in de daadwerkelijke wereld plaatsvindt maar in tegenstelling tot speelfilm niet in een vloeiende beweging wordt opgenomen. De selectie, met bovenstaande drie films als hoogtepunten, bewijst dat achter het ijverige knutselwerk van stop-motionanimatie vaak een creatieve, gekwelde of zieke geest kan schuilgaan.