Tanta Agua
Nieuws

Tanta Agua

3 min leestijd

"Tanta Agua is geen diep drama, biedt nauwelijks actie, maar een kroniek van verveling en kleine ongemakken. Het geloofwaardige spel van dit doorsneegezin maakt de situatie erg invoelbaar voor iedereen die geen groots en meeslepend leven leidt. De kracht van de film vloeit voort uit de herkenbaarheid van de situatie en de empathie die de karakters, ondanks hun gebreken, oproepen. Juist het uitblijven van sentimentaliteit en grootse gebaren maakt het speelfilmdebuut van Guevara en Jorge zo menselijk en sympathiek."

De eerste langspeelfilm van de jonge Uruguayaanse regisseuses Ana Guevara en Leticia Jorge, is traag, er gebeurt weinig en het regent de hele tijd. Desalniettemin is Tanta Agua een geestige, menselijke en bovenal herkenbare film.

Uruguay staan niet bepaald bekend om zijn filmindustrie. Het valt zelfs te betwijfelen of Uruguay überhaupt ergens om bekend staat, naast dat ze redelijk schijnen te voetballen voor een land met zo’n drie miljoen inwoners. Maar juist uit zulke ogenschijnlijk onbetekenende staatjes komen vaak met verrassende en bescheiden films, juist omdat ze geen lange filmtraditie hebben om op terug te vallen of om zich tegen af te zetten. Zo ook Tanta Agua (zo veel water), een traag maar eigenzinnig en realistisch filmpje over een oersaaie vakantie. Een verzopen vakantie, zoals regisseuses Ana Guevara en Leticia Jorge deze kennen uit hun jeugd, dient als basis voor een persoonlijke film over de verhoudingen tussen vader en puberende dochter.

Gescheiden vader Alberto (Néstor Guzzini) neemt zijn net puberende dochter Lucía (Malú Chouza) en jonger broertje Federico (Joaquín Castiglioni) mee naar een vakantieoord aan de Uruguay, de rivier waar het land zijn naam aan ontleent. Alberto wil zijn kinderen een leuke vakantie bezorgen, maar de Uruguyaanse zomers zijn net zo grillig als bij ons in Nederland: de regen komt met bakken uit de hemel en het zwembad is gesloten vanwege kans op onweer. Het vakantiehuisje heeft ook weinig om het lijf en de kinderen klagen dat er geen televisie is. De goedbedoelde pogingen van vaderlief om het de kinderen naar de zin te maken worden door de ongeïnteresseerde Lucía in de kiem gesmoord. Terwijl vader probeert aan te pappen met een andere vakantiemoeder, maakt Lucía nieuwe vrienden en krijgt ze een oogje op een knappe jongen, die echter meer oog lijkt te hebben voor haar pas verworven vriendin. De suffe vakantie is het decor voor een realistische coming-of-agefilm: Lucía laveert tussen kindertijd en volwassendom en Alberto weet nog niet hoe hiermee om te gaan.

Hoewel het gezin uit drie personen bestaat, benadrukt de film voornamelijk de dynamiek tussen vader en dochter: Federico is met zijn bolle toet nog een kind en ziet vader dan ook nog vooral als vader. Lucía ziet haar vader als obstakel voor haar ontwikkeling en schaamt zich eigenlijk voor hem, terwijl zij ook weet hoe ze hem moet manipuleren. Als ze graag naar de discotheek wil om haar droomjongen te ontmoeten, wil ze opeens wél mee vissen met vader. Als de dansavond dan toch eindigt in een fiasco, weet ze dat haar vader haar altijd op zal halen. De film is in wezen opgedragen aan de vaders van de regisseuses en lijkt een verontschuldiging en hommage aan die lieve lompe lobbes die altijd voor ze heeft klaargestaan, al beseften ze dat tijdens hun puberteit nog niet. Tegelijkertijd maakt de film ook inzichtelijk waarom het jonge pubermeisje zich los wil weken van haar vader. De eindscène in het zwembad toont dat ook op prachtig eenvoudige wijze de patstelling waarin Lucía zich bevindt.