Ouwerwets: Modern Times
Nieuws

Ouwerwets: Modern Times

4 min leestijd

Filmmuseum EYE brengt in november en december digitaal gerestaureerde filmklassiekers weer in de filmhuizen. Een van deze klassiekers is Charlie Chaplins Modern Times uit 1936, vanaf 19 januari in diverse zalen in het land te zien.

Volgend jaar is de honderdste geboortedag van het typetje The Little Tramp (Charlie Chaplin), dat het levenslicht zag in de korte comedy Kid Auto Race at Venice en het twee dagen later uitgebrachte Mabel’s Strange Predicament. Ter ere van dit icoon van de slapstick is EYE voornemens om elk jaar een film van Chaplin te restaureren en opnieuw uit te brengen. Dit ambitieuze plan begint met de heruitgave van Modern Times, Charles Chaplins kritiek op de automatisering van de samenleving. 

Dat Chaplin meer dan vermaak op ogen had met deze film blijkt al uit de cynische openingsscène. Het beeld van een horde schapen gaat over in dat van een massa arbeiders die een fabriek betreedt – een omkering van La Sortie des usines Lumière à Lyon van de gebroeders Lumière uit 1895, waarin de arbeiders de fabriek verlaten. The Little Tramp is een van deze schapen: in een fabriek moet hij dagelijks talloze moertjes aandraaien, tot hij krankzinnig wordt en overal om zich heen moertjes ziet die hij moet aandraaien – van jasknopen tot neuzen. Na zijn vrijlating probeert hij weer werk te vinden en stuit op een mooie kruimeldievegge (Pauline Godard), met wie hij een nieuw bestaan wil opbouwen.  Het vinden van werk blijkt echter nog een hele opgave.

Juist in de fabrieksscènes tijdens het eerste deel van de film is Chaplin het meest op dreef. De verregaande rationalisering van het productieproces wordt aan de kaak gesteld met een machine die de werknemer voert tijdens het lunchen, zodat het werk niet stilgelegd hoeft te worden onder het schaften. Even luieren is er in de fabriek namelijk niet bij: als een waar panopticum kan de directeur elke hoek van de fabriek zien en zijn personeel vermanend toespreken als er te weinig wordt gepresteerd. De geestdodendheid van het lopendebandwerk bezorgt besnorde antiheld een burn-out, veertig jaar voordat deze term gangbaar werd in de psychologie. Hoewel de film bijdroeg aan de bestempeling van Chaplin als communist, is het niet enkel het grootkapitaal dat bekritiseerd wordt: als het proletariaat staakt vormt zij net zozeer een volgzame kudde als wanneer zij werken. Exemplarisch is de scène waarin Chaplin een van een vrachtwagen gevallen rode vlag wil terugbrengen en daarmee ongewild een enorme arbeidersdemonstratie teweeg brengt. Het maakt Modern Times een genuanceerde film over de machtsverhoudingen in een geïndustrialiseerde samenleving.

Ook de chemie tussen Chaplin en zijn latere vriendin Paulette Godard werkt nog steeds aanstekelijk. Anders dan het blinde meisje uit City Lights (Chaplin, 1931) is Godard meer dan een slachtoffer, een katalysator voor melodrama. Haar kwajongensachtige personage neemt het heft in eigen handen en steelt om haar zusjes te onderhouden: erst komt das Fressen, dann komt die Moral. Godards schelmenrol maakt Modern Times veel minder sentimenteel dan ander werk van Chaplin. Hoewel de satirische toon van de film gaandeweg het verhaal minder sterk wordt, is het samenspel tussen Chaplin en Godard simpelweg aandoenlijk (en een beetje hypocriet: waar het arbeidersconformisme wordt gehekeld, wordt het ideaal huisje-boompje-beestje juist geprezen).

Modern Times lijkt een goed startpunt voor EYEs voornemen de komende jaren het werk van Charlie Chaplin opnieuw uit te geven. Het is geen perfecte film: daarvoor is de toon iets te inconsistent. Chaplin weet echter visuele comedy tot maatschappelijk relevante satire te verheffen en de film kent tal van inventieve scènes die iconisch zijn geworden in de cinema: Chaplin tussen de raderen van de fabriek, de ongelukkige arbeidersopstand en zijn stuntelige optreden als serveerder geven de film een plaats in de canon van de slapstick.