Het frustrerende Flappy Bird werd een kolossaal succes en de Vietnamese Dong Nguyen heeft het spel vervolgens van de markt laten halen. Werkelijk alles van deze vlam in de pan druist in tegen wat ontwikkelaars, uitgevers, gamers en de pers als logisch beschouwen.
De gameplay van Flappy Bird is het tegenovergestelde van elegant (The Atlantic heeft er een bijzonder lang artikel aan gewijd). Hoewel het spel intuïtief speelt, is de gameplay eenzijdig, moeilijk en frustrerend, al is het daarom niet minder verslavend. De aankleding heeft evengoed niets om het lijf: Flappy Bird oogt aantrekkelijk dankzij de Mario-sprites, maar biedt geen mooie plaatjes, beloningen of extra’s in de vorm van unlocks of microtransacties. Desalniettemin werd het spel zo’n populair en financieel succes dat Nguyen er $50.000,- per dag mee zou binnenharken. Na een onverwachte aankondiging op Twitter voegde hij daad bij woord en ging het spel offline en niemand die het spel nog niet had zou het nog kunnen downloaden.
De manier waarop Nguyen dit succes verkreeg en verwierp is verbluffend op minstens twee niveau’s. Als eerste is de populariteit van Flappy Bird al een toonbeeld van dat men niet alleen maar zit te wachten op saga’s aan Candy of Call of Duty voor ‘casual‘ vermaak (Polygon verwoorde dit kenmerk van Flappy Bird beter). Afgelopen week liet EA met de remake van Dungeon Keeper uitstekend zien wat de huidige insteek is voor mobiele games: een freemium-model dat neigt naar chantage om daadwerkelijk te kunnen spelen. Geld lijkt de voornaamste reden te zijn geworden om een spel op de markt te brengen. Flappy Bird is daarentegen niet gretig of geldbelust in zijn opzet. Nguyen lijkt aan zijn bescheiden, soms zelfs neerslachtige tweets te lezen niet happig te zijn naar de grote markt die hij per ongeluk aanboorde. Niets aan Flappy Bird leek succes te verdienen en Nguyen leek het niet te willen. Het voelt zelfs een beetje vies om dit te tikken, omdat het zo tegen zijn wensen ingaat.
Press people are overrating the success of my games. It is something I never want. Please give me peace.
— Dong Nguyen (@dongatory) 4 februari 2014
Als laatste doet Flappy Bird ook afbraak aan de definitie van ‘succes’ op zich. De “goede afloop, uitkomst of uitslag” (Van Dale) toont zich meestal in veel spelers en veel winst. Dat is wat men in een competitieve markt wil verwachten; ieders verbazing over Nguyens besluit geeft dit al aan. Wie stopt er in hemelsnaam met het uitgeven van een product wat hem bakken met geld verdient (behalve Jerry Seinfeld)? Naar Nguyens redenen kan alleen gegist worden, maar zijn meest recente tweet geeft zijn prioriteiten duidelijk weer: “And I still make games“.
Het doet me denken aan een segment op Critical Distance, waarin de twee zijden van ontoegankelijke games besproken werden. Aan de ene kant stonden mensen als Jonathan Blow, maker van gigantische indie-hit Braid, die een gebrek aan populair succes van onafhankelijke ontwikkelaar Michael Broughs spellen weet aan de hoge instapdrempel. In een fantastisch artikel neemt Liz Ryerson het op voor Broughs ontoegankelijkheid als artistieke keuze. Het is een beslissing die tegen de onderdrukking van alles wat acceptabel is in een door geld onderworpen medium. Hij wil de spellen maken die hij wil maken, ongeacht de financiële gevolgen (al zou geld wel makkelijk zijn). Zo lijkt het ook voor Dong Nguyen te gelden, die populair succes afdoet om dichter bij zijn games te kunnen blijven. Alles eromheen is blijkbaar minder belangrijk – al wil ik niet voor hem spreken.
Zolang geld en populariteit voor hem geen succes betekenen, maakt hij de geldwolven die het medium teisteren te schande. En ik kan me goed voorstellen dat dat verre van zijn bedoeling is.