Punk is energie, punk is anarchie, maar in We Are The Best! van Lukas Moodysson is punk voornamelijk heel schattig.
Aborteer alle ouders! Ik haat sport! Brezjnev en Reagan, fuck off! Oh, hoe mierzoet klinken zulke hartenkreten vandaag de dag. Schoppen tegen een systeem en geloven dat er daadwerkelijk iemand maling heeft aan je gitaarherrie, ik zou willen dat ik dergelijk idealisme nooit zou hebben verloren – als ik het ooit al heb gehad. In We Are The Best (Vi Är Best), gebaseerd op de graphic novel Never Goodnight van zijn vrouw Coco, toont de Zweedse regisseur Lukas Moodysson drie jeugdige heldinnen die met rammelende maar bevlogen punk de buitenwereld te lijf gaan.
Bobo (Mira Birkhammer) en Klara (Mira Grosin) zijn twee jonge pubers die zich willen afzetten tegen hun ouders, leraren en leeftijdsgenoten. Waar hun klasgenoten erbij lopen als Olivia Newton-John, zien zij in de reeds uit de mode geraakte punk een wapen tegen de autoriteiten. Als het tweetal het in een jeugdhonk aan de stok krijgt met beginnend hardrockbandje Iron Fist nemen ze de oefenruimte van het langharige tuig in. Geen van de twee kan een instrument bespelen, maar al snel weten ze klassiek gitariste Hedvig (Liv Lemoyne) te strikken, een streng christelijk opgevoed meisje dat echter net als Bobo en Klara een buitenstaander is op school. Ze hebben nog maar één liedje, een protestlied tegen hun gymleraar, maar worden desondanks gevraagd om op te treden tijdens een verlaat kerstconcert in een andere stad. Omdat het de jeugdleiders zo leuk leek een ‘meidenbandje’ te presenteren, een classificatie die de drie knackebröd-etende rebellen zeer tegen de borst stuit.
Wie aan punk denkt, denkt aan onwelriekende kraakpanden en ondergepiercte rouwdouwers. We Are The Best! is niets van dit alles, hoe graag Bobo, Klara en Hedvig dat misschien ook zouden willen. Punk is hier een uiting van naïeve rebellie, van het zich los worstelen uit de kindertijd en tegelijkertijd de angstige overgang naar volwassenheid. Het verloren idealisme van de jaren zeventig klinkt nog door in de jeugdhonkbegeleiders, die een socialistische jeugdverheffing proberen te bewerkstelligen waar niemand meer oren naar heeft. Het kille kapitalisme van de tachtiger jaren is echter ook nog niet tot vol wasdom gekomen. De punk van de hoofdpersonen is geen woedekreet van de arbeidersklasse – daar behoren de meisjes niet toe – maar een poging om jezelf een identiteit te geven in identiteitsloze tijden. Tegelijkertijd gaat de puberteit verder, vreest Bobo ook onder de buitenbeentjes een buitenbeentje te worden, bloeien er wel heel kortstondig relaties op met punkjongetjes – kortom, is We Are The Best! tevens een typische coming-of-agefilm.
Niets dan lof over de hoofdpersonages: met een leeftijd tussen 13 en 16 weten de drie jeugdige actrices verbluffend zowel de jeugdige energie als de huiselijke verveling weer te geven. Vooral Grosin springt eruit als het dominante bengeltje. Ook zijn er prachtige bijpersonages: de hierboven reeds genoemde sociaal werkers, maar ook de hilarisch vervelende vader van Klara met zijn klarinet of de broekies van punkband Sabotage. Het camerawerk is energiek en soms iets te druk, maar het past bij de springerige sfeer van de film. De soundtrack is – vanzelfsprekend – punk, niet van die hippe indiepunk zoals in films als Scott Pilgrim vs. The World maar haastig geproduceerde compilatiealbums van destijds grote Zweedse bands als Ebba Grön en KSBM – kent u ze nog? Deze algehele spontaniteit maakt We Are The Best! een zalig staaltje jeugdige overmoed.