Van woensdag 19 tot en met zondag 23 maart vindt in Utrecht het Holland Animation Film Festival plaats. Vijf dagen lang staat de stad in het teken van animatiefilm, met een selectie van zo’n 400 films. Het HAFF biedt animatie in de brede zin van het woord, van beeldinstallaties tot gamedesign en van studentenfilms tot films van gevestigde filmmakers.
De Fransman Michel Gondry staat bekend om zijn vlijtige knutselkamersurrealisme, dat zich het beste uit in inventieve videoclips als Fell in Love with a Girl van The White Stripes of Knives Out van Radiohead. Tegenwoordig heeft hij echter ook al een handvol speelfilms op zijn naam staan, waaronder Eternal Sunshine of the Spotless Mind, de eierdozendroom The Science of Sleep en Be Kind Rewind, waarin Jack Black en Mos Def met huis-, tuin- en keukenapparatuur bekende films naspelen. Waar de eerste gedragen werd door een origineel plot van Charlie Kaufman, bleken de andere twee films hoofdzakelijk een verzameling leuke visuele ideeën die als geheel niet helemaal wisten te overtuigen. Lukt het hem wel om een film van documentaire aard voor de volledige duur te dragen, zoals in Is The Man Who is Tall Happy – An Animated Conversation with Noam Chomsky?
Noam Chomsky, volgens het Amerikaans politiek tijdschrift Foreign Policy de belangrijkste levende denker, is in eerste instantie beroemd geworden als linguïst en grondlegger van de generatieve taalwetenschap, maar ontwikkelde zich langzamerhand tevens tot cultuurfilosoof en links politiek activist. Een interview met hem gaat dan ook alle kanten uit, zeker waneer een onstuimige Fransoos als Michel Gondry het gesprek leidt. Wat begint bij een vraag over de eerste herinneringen van Chomsky, gaat al snel over in mild wetenschapsfilosofische verhandelingen over Galileo en Newton, vervolgens naar theorieën over welke eigenschappen nodig zijn om een object als zodanig te identificeren, om verder te gaan op mijmeringen over zijn in 2008 overleden vrouw Carol. Bij een schrijver die over zo veel verschillende onderwerpen heeft geschreven is het logisch dat niet alles aan bod kan komen, toch is het jammer dat de activistische kant van Chomsky zich beperkt tot korte stukken over ondrukking in Koerdistan en de erbarmelijke nazorg voor Holocaustslachtoffers.
Uitgebreider aan bod komen Chomsky’s theorieën over herinneringen en representatie, thema’s die in eerder werk van Gondry (in het bijzonder Eternal Sunshine of the Spotless Mind) terugkomen. Als gespreksleider weet Gondry met enkele vragen de uitweidingen van Chomsky dichtbij zichzelf te houden door te sturen naar thema’s zoals inspiratie. Leuk is dat Gondry, wiens Engels niet al te best is, soms recapituleert en probeert zijn vragen opnieuw te stellen omdat Chomsky hem niet lijkt te begrijpen. Tegelijkertijd is het de vraag – die hij zelf ook stelt – of Gondry van Chomsky wel alles begrijpt. In deze Babylonische toestanden zijn Gondry’s beelden in hun kinderlijke eenvoud – simpele lijnen en heldere kleuren – vaak een uitkomst. Op sommige momenten zijn de tekeningen echter psychedelisch en hypnotiserend, waardoor het moeilijker wordt om Chomsky te volgen omdat je in de waan van de illustraties wordt gezogen.