Viva la Libertà
Review

Viva la Libertà

3 min leestijd
2/5

"Viva la Libertà is net zo dubbel als de politiek die erin beschreven wordt: enerzijds een geinige dubbelgangersklucht, anderzijds een muf verhaal over een man die zijn midlifecrisis probeert te omzeilen. Het weinig originele plot en de overbodige stukken in Parijs worden waar mogelijk gecompenseert door de pretoogjes van Toni Servillo. Had Job Cohen maar een manische identieke tweeling gehad."

De politiek is hard en krom: als je rechtlijnig je genuanceerde koers verdedigt, word je genadeloos afgemaakt. Een opportunist weet met loze oneliners het verlekkerde publiek voor zich te winnen. Dit Janusgezicht van de politiek heeft de hoofdrol in Viva la Libertà, waarin Toni Servillo zowel ingedutte regentenpolitiek als enerverend populisme vertegenwoordigt. Dit laatste werkt, het eerste is een oninteressant verhaaltje over hoe iemand zijn levenslust weer terugkrijgt na jaren van vergaderingen en politieke compromissen. Servillo is toch het leukst om naar te kijken als hij energiek is.

Met Viva la Libertà brengt regisseur Roberto Andò het eeuwenoude motief van de identieke tweeling naar de hedendaagse Italiaanse politiek. Enrico Oliviere (Toni Servillo) is de afstandelijke leider van de sociaaldemocraten, die maar blijft dalen in de peilingen. Uitgeput van de media en het gezeur in zijn eigen partij vlucht hij naar zijn oude geliefde Daniella (Valerie Bruni Tedeschi, de oudere zus van Carla) in Parijs: eens zien wat de partij er zonder hem van bakt. In alle wanhoop gaat rechterhand Andrea (Valerio Mastandrea) ten rade bij Enrico’s tweelingbroer Giovanni (tevens Toni Servillo), een bipolaire filosoof. Andrea besluit tot de terugkeer van Enrico zijn broer in te zetten als substituut. Giovanni blijkt een begenadigd spreker, die zijn toespraken doorspekt met allusies aan de literatuur en de filosofie. Ofschoon hij louter abstracte gedachten uitspreekt, worden zijn toespraken geprezen om hun helderheid. Tegelijkertijd hervindt Enrico in Parijs zijn levenslust. Zijn liefde voor film bloeit weer op als hij mag meedraaien op de set van Danielles man en hij valt in de smaak bij de beeldschone en stukken jongere Mara (Judith Davis).

De boodschap van de film is dubbelzinnig: is dit een oproep tot meer fantasie en charisma in de politiek – Enrico doet het inderdaad een stuk beter dan zijn broer – of een scherpe satire op het populisme? De waarheid ligt in het midden: een politicus moet zijn publiek aan kunnen spreken, ze kunnen ontroeren, om zijn boodschap uit te kunnen dragen. Giovanni’s literaire verwijzingen zijn wat flauw (“to be or not to be” kennen we inmiddels wel) en tendentieus, maar ze worden leuk gebracht. Wat Enrico allemaal uitvreet in Parijs is minder interessant: hij keuvelt wat met het dochtertje van Danielle en dobbert met Mara in het zwembad. Door in Parijs te gaan schuilen is zijn positie ook veel minder schrijnend: waar hij in het begin van de film een stugge man met goede idealen op de verkeerde plek is, vergelijkbaar met menig fractievoorzitter in onze vaderlandse politiek, is hij in Parijs een apolitiek wezen die nergens omkijkt naar de toestand in zijn land.