Vandaag is het in de 30 Dagen Uitdaging tijd voor l’amour. Bij welke filmkoppeltjes zwijmelen onze redacteuren weg en verbleekt hun eigen relatie tot een diep zwart gat vol ellende?

Het mooie van de onwaarschijnlijke verhouding tussen de jonge Charlotte (Scarlett Johansson) en de oude acteur Bob Harris (Bill Murray) is dat hij geboren lijkt uit wederzijdse wanhoop. Beiden zijn aan hun lot overgelaten in Japan, een land dat hen volkomen vreemd is en waar ze zich nooit verstaanbaar kunnen maken. Het is geen voorbestemde, ware liefde; het is een mooi, toevallig moment tussen twee mensen in een zee van anderen. Sofie Coppola geeft dit prachtig weer op een verlaten, maar warme en dromerige wijze, met gepaste soundtrack vol shoegaze-muziek.

De liefde waar ik voor val is er niet één die geleidelijk aan groeit, door tegenslag en tijd gesterkt. Ze bestaat juist door toevalligheden en mag best meteen zo groot als de wereld zijn. Claire (Kirsten Dunst) en Drew (Orlando Bloom) hangen de eerste nacht na hun ontmoeting onafgebroken aan de telefoon. Dat hun levens onstuimig zijn maakt dit aftasten geloofwaardig: ze hebben wat aan elkaar. Er worden geen beloftes gedaan, maar het zit wel snor. Hij rijdt uiteindelijk met de as van zijn vader op de passagiersstoel naar huis. Zij gaat niet met hem mee, maar begeleidt hem wel d.m.v. een mixtape en een plakboekachtige routebeschrijving. Ik zou er zelf ook toe in staat zijn.

Er zijn zeker films die de kijker in een romantischere stemming achterlaten, maar Ethan Hawke en Julie Delpy weten hier een ongelooflijk realistische eerste ontmoeting van één enkel etmaal neer te zetten. Het aftasten, het leren kennen, de ongemakkelijke gekte die verliefdheid los kan maken, het zit er allemaal in. Er zijn weinig filmische liefdeskoppels die mij echt deden overtuigend van hun authenticiteit. Ondanks dat ik mij niet per sé kon identificeren met het stel, geloofde ik hun als geliefden helemaal. Dat is de grote kracht. De vervolgen zijn misschien nog wel beter.