Stripboekverfilmingen: ze slagen over het algemeen beter dan gameverfilmingen. Maar ja, als je moet concurreren met Street Fighter en Resident Evil, dan is het als boxen tegen een peuter. Hier zijn onze favorieten.
Harvey Pekar is een apart geval. Wat er precies mis met hem is is moeilijk de vinger op te leggen, maar dat er iets mis is is duidelijk. Hij begon met een vriend zijn (briljant) saaie leven vast te leggen. Noem het de beslommeringen van het alledaagse, het kleine burgerlijkleed. Dit is dus de film over de biografische strip en om het nog eens helemaal meta te maken geeft de echte Harvey Pekar ook nog eens commentaar op de film samen met z’n eigenaardige vrienden (waarvan je verwacht dat de strip en film hun eigenaardigheden dik heeft aangezet, maar niks is minder waar).
Toegegeven, ik heb de strip, geschreven door Moodyssons vrouw Coco, nooit gelezen, maar Vi Är Bäst sprankelt in zijn jeugdige rebellie en naïviteit. Waar de strip zwart-wit is, is de film kleurrijk in al zijn facetten: acteerwerk, personages, krakkemikkige Scandinavische punk. Een ode aan onbezonnen jeugdig non-conformisme, met alle onbeholpenheden die daarbij komen kijken.
Hoewel ik niet heel veel heb met stripboeken of superhelden, grijpt The Dark Knight me altijd al vanaf het allereerste moment. De openingsscène van de door Christopher Nolan geregisseerde film wordt dan ook niet voor niets veel genoemd als een van de beste aller tijden. Vanaf het moment dat deze film begint, is het een wilde achtbaanrit tot aan de aftiteling. Bovendien is Heath Ledger’s Joker de meest angstaanjagende slechterik sinds Darth Vader. Wat de film echter de beste stripboekverfilming ooit maakt, is het feit dat het niet op een stripboek lijkt. Het verhaal en de personages voelen niet aan alsof ze uit een stripboek komen, maar zijn omgeven door een zeker realisme. Nolan weet in The Dark Knight perfect de essentie van Batman te vangen, zonder aan zijn eigen realistische filmstijl in te boeten.


