Doorgaan naar artikel
Aloys van Outersterp
Aloys van Outersterp
Voormalig hoofdredacteur
Profiel

Conclusie

Justice League is goed voor wat luchtig vermaak, maar de overduidelijk moeizame productie heeft een onsamenhangend, oninteressant en onbevredigend eindproduct opgeleverd

Justice League is nu verkrijgbaar op Blu-ray en DVD.

Donder. Bliksem. Het Justice League-team, met onder andere Batman (Ben Affleck) en Wonder Woman (Gal Gadot), staat in een halve cirkel om het net tot leven gewekte lichaam van Superman (Henry Cavill) heen. Wat zou er gaan gebeuren? De ‘Man van Staal’ is verward: “Wie ben ik? Wat doe ik hier? Wat gebeurt er?”. Als kijker leef je met hem mee: “Wat doe ik hier? – in godsnaam”

Superheldenfilms zijn tegenwoordig niet meer te vermijden. Het filmuniversum van stripboekengigant Marvel behoort tot de meest succesvolle bioscoopattracties van dit moment. Niet zo vreemd dus dat andere bedrijven hier ook een graantje van mee willen pikken. De belangrijkste gegadigde is tegenhanger DC Comics, waarvan de rechten in het bezit zijn van de studio Warner Bros. Maar het Marvel-succes evenaren is makkelijker gezegd dan gedaan. Batman V Superman bleek, ondanks de eerste samenkomst van de meest iconische superhelden, een commerciële mislukking. Dat de opvolger Justice League op dat moment al een tijdje in productie was, heeft de studio er niet van weerhouden de film proberen te corrigeren. Het gevolg: drie schrijvers, twee regisseurs en met een geschat budget van 350 miljoen dollar de duurste productie aller tijden. Het resultaat: een fascinerende brij beelden die samenvloeien als water met olie.

Justice League Foto: Warner Bros, DC Comics

Aanvankelijk zou oorspronkelijk regisseur Zack Snyder Justice League in twee delen maken, maar dit plan werd geschrapt toen Warner Bros met de ‘correctie’ begon. Het moest korter, minder duister en met meer humor, zo dacht de studio het superhelden-publiek naar de bioscoop te kunnen lokken. Vergelijkbaar met hoe Marvel dat al jarenlang succesvol doet.

De productie verkeerde al in zwaar weer en later sloeg het noodlot toe: Zack Snyders dochter pleegde zelfmoord en de regisseur besloot van het project te stappen. Zijn vervanger? Regisseur Joss Whedon, die jaren geleden de eerste Marvel-teamfilm, The Avengers, naar het witte doek bracht. Zijn inmenging betekende extensieve ‘reshoots’, waarmee de film wéér grotendeels veranderd zou worden. Hierbij kwam Whedon voor een bizar probleem te staan: Superman-acteur Henry Cavill had namelijk een dikke snor gekweekt voor zijn rol in de nieuwe Mission Impossible-film, die hij volgens zijn contract absoluut niet mocht afscheren. De oplossing? Het digitaal vervangen van de onderkant van Cavills gezicht. De kosten? Naar verluid zo’n 25 miljoen dollar.

Het is tijdens het kijken duidelijk dat er ooit een goed idee achter Justice League zat. Batman V Superman bekeek de superhelden vanuit een theologisch perspectief en sporen van deze visie zijn ook nog aanwezig in de opvolger. Zack Snyder zet zijn superhelden graag neer als moderne goden, die worden aanbeden om hun bovennatuurlijke krachten. Hierin zijn helaas duidelijke concessies gedaan om de typische komedie van Joss Whedon in te passen. Whedon legt de focus graag op de verhoudingen tussen zijn personages en laat de helden met een zekere scherts in de situatie staan. Beide invalshoeken kunnen interessant of juist vermakelijk uitpakken, maar de combinatie levert een botsing van stijlen op.

Het helpt hierbij ook zeker niet dat het geheel aanvoelt als een reeks onsamenhangende scènes; structuur is vrijwel geheel afwezig. Bij de reeds gevestigde namen voegen zich The Flash (Ezra Miller), Aquaman (Jason Momoa) en Cyborg (Ray Fisher). Voor deze drie betekent dit het eerste filmoptreden ooit, maar hun introductie is benedenmaats. De film probeert veel verhaal in een korte speelduur te proppen en hierdoor is er weinig tijd om de personages goed aan de kijker voor te stellen. De Justice League-leden hebben gelukkig nog profijt van het onderlinge Whedon-gekibbel; hun chemie maakt de teamdynamiek tot het beste element uit de film.

Justice League Foto: Warner Bros, DC Comics

Datzelfde kunnen we helaas niet zeggen over de grote boze schurk Steppenwolf. Zijn motivatie of enige verdieping is volledig afwezig. Steppenwolf is op aarde op zoek naar drie ‘Mother Boxes’, die hem ongekende krachten zouden geven. Deze dienen als typische MacGuffins (een term van Hitchcock voor objecten die enkel het plot dienen): wat de ‘Mother Boxes’ precies doen is onduidelijk, maar Steppenwolf wil ze vinden en de helden moeten dit zien te voorkomen. Naast de compleet afwezige personageverdieping werkt ook de vormgeving van de schurk niet in zijn voordeel. Deze is namelijk, op het stemgeluid van Ciarán Hinds na, volledig uit de computer komen rollen. Je krijgt hierdoor het gevoel naar een PlayStation-personage te zitten kijken dat nooit echt intimiderend wordt.

Maar dit is niet het enige vlak waarop computereffecten de film de das om doen. Allereerst is er de eerdergenoemde digitale kin van Henry Cavill; deze ziet er niet totaal ongeloofwaardig uit, maar je blijft je ervan bewust dat je naar iets neps zit te kijken. Zijn grijnzen krijgen hierdoor iets erg ongemakkelijks, een vervreemdend effect dat in jargon wordt beschreven als de griezelvallei of ‘uncanny valley’. Ten tweede zijn er de talloze digitale omgevingen. De filmwereld voelt nooit als iets tastbaars en daardoor interesseert het je als kijker ook niet wat er mee gebeurt. Vooral tijdens het slotgevecht: dit speelt zich af tegen digitale flatgebouwen die zijn voorzien van een afschuwelijk opzichtige rode gloed.

Je zou kunnen zeggen dat Justice League gedoemd was om te mislukken. Toch is in het verleden vaker gebleken dat geteisterde producties wel degelijk een geweldig resultaat kunnen hebben. Helaas valt deze film niet in die categorie, maar wanneer je door de mankementen heen kunt kijken, is er nog zeker wat luchtig vermaak aanwezig. Het meest interessante verhaal is duidelijk achter de schermen te vinden.