Review: Tapestry

Arran Winmai, 01 december 2019
Profiel
Tapestry is leuk en het is gaaf om te zien hoe jouw volk groeit. Toch draait het spel iets te veel om geluk voor een dergelijk strategisch spel en is het ook wat aan de dure kant.

Een week of twee geleden werden we aangenaam verrast toen de deurbel ging. Daar stond een bezorger met een kopie van  Tapestry! We hadden wel contact gehad met Stonemaier Games, maar Jamey had nog niet bevestigd dat we het spel zouden krijgen. Ook voor jullie is dit een aangename verrassing, want hier is onze review!

Tapestry doet zich voor als een civilizatie- of 4X-spel. Dat wil zeggen dat het een bordspel is dat draait om de ‘4 x-en’: Exploration, expand, exploitation en extermination. Dat houdt in dat spelers het bord gaan verkennen, hun gebied uitbreiden, grondstoffen vergaren en hun vijanden vernietigen. In  Tapestry gebeurt dit allemaal, maar eerlijk gezegd ligt het wel een beetje op de achtergrond. Het is accurater om te zeggen dat het actie-selectie is met een scheutje 4X.

In Tapestry doet een speler een van twee dingen in zijn beurt. Hij kan een inkomen krijgen of hij kan vorderen. Inkomen komt eigenlijk neer op belasting eisen van het volk. Spelers krijgen grondstoffen, nieuwe kaarten, verkenningstegels en overwinningspunten. Als een speler voor de vijfde keer inkomen int is het spel voor hem voorbij. De rest mag echter verder spelen tot zij dat ook gedaan hebben. Eerder klaar zijn heeft voordelen, maar het is vaak toch verstandiger om langer in het spel te blijven.

De andere optie is echter waar het gros van het spel om draait. Als iemand vordert, duwt hij zijn blokje op een van de vier ontwikkelingssporen vooruit. Hij moet dan de aangegeven grondstoffen betalen en voert dan de bijhorende actie uit. Dit kan iets zijn als verover een gebied, onthul een onverkend stuk land, vind nieuwe technologie uit en nog veel meer. Acties die verder op het ontwikkelspoor staan zijn vaak beter, maar ze kosten ook meer grondstoffen. Spelers kunnen er daarom voor kiezen om zich te richten op een van de twee sporen, of om te spreiden zodat ze meer, maar misschien ook minder krachtige acties uit kunnen voeren.

Kiezen wat je wilt doen bevat veel strategische overwegingen die ook afhankelijk kunnen zijn van waar je tegenstanders mee bezig zijn. Neem jij eerder je inkomen dan je linker en rechter buurman, dan krijg je bonusgrondstoffen. Maar je kan ook langer doorspelen, zodat je meer gedaan krijgt en meer zal hebben aan je inkomen. Als je vooraan staat in een van de vier sporen krijg je vaak een nuttige bonus. Maar als iemand die bonus al heeft gekregen, kan het misschien verstandig zijn om je eerst even ergens anders op te richten. Deze tactische afwegingen zijn erg interessant en ze liggen aan het hart van het spel. Spelers moeten bereid zijn hun plannen te wijzigen afhankelijk van de omstandigheden.

Een ander onderdeel van Tapestry zijn de gebouwen. Aan het begin van het spel krijgt iedereen een ‘hoofdstad,’ die bestaat uit een 9×9-rooster, net zoals een Sudoku-puzzel. In dit ‘grid’ zijn lege vakjes en gevulde vakjes met een stip erop. Als een speler, door bijvoorbeeld een actie uit te voeren op een ontwikkelspoor, een gebouw ontvangt, mag hij die op een leeg vakje plaatsen. Krijgt hij een 3×3-veld vol, dan ontvangt hij onmiddellijk een bonusgrondstof. Heeft hij een rij of kolom vol, dan krijgt hij elke ronde bonuspunten.

Deze gebouwen komen bovendien van de inkomensporen, wat betekent dat je meer grondstoffen of punten gaat ontvangen als je inkomen neemt. Dit doet erg denken aan het opwaarderen van je spelersbord in Scythe: het heeft op twee verschillende manieren een voordeel. Om deze reden is het vaak zaak zoveel mogelijk gebouwen te plaatsen voor je je inkomen neemt. De hoofdstad kan aardig wat punten opleveren en puzzelen om dit te optimaliseren kan een aangenaam deel van het spel zijn. Wat echter een beter gevoel geeft is het verstandig opwaarderen van de inkomensporen en zorgen voor een goede timing, zodat je precies ontvangt wat je nodig hebt voor je plan.

Er zijn ook landmerken. Dit zijn grote gebouwen die meerdere vakjes in een hoofdstad bedekken. Veruit de meeste hiervan worden verkregen door als eerste op bepaalde vakjes op de ontwikkelingssporen te stappen. De landmerken kunnen veel punten opleveren richting het einde van het spel, dus het kan verstandig zijn om te trachten deze te ontvangen. Deze gebouwen zien er erg leuk uit. Het zijn namelijk niet houten blokken, maar plastic gebouwtjes met leuke kleuren. Je stad ermee versieren wordt daarom net iets meer bevredigend. Dit systeem heeft als nadeel dat het spel iets minder leuk wordt met vijf spelers, omdat er vier ontwikkelsporen zijn is het met zijn vieren meestal voor iedereen mogelijk her en der een landmerk op te pikken. Met vijf spelers is er vaak iemand die overal een beetje achteraan loopt en daarom niets krijgt.

Dat alles er leuk uitziet heeft echter ook een nadeel: het spel wordt er een stuk duurder van. Op de website van 999 Games kost de Nederlandse versie €94,99 en op Bol.com kost de Engelse versie €84,99. Dat is toch een tikkeltje duurder dan je in eerste instantie zou verwachten van een spel als deze. Vooral ook omdat het spel eigenlijk best wel abstract is. Hierdoor voelt het eigenlijk overbodig dat de gebouwen er leuk uitzien. Stukken hout in Tetris-achtige vormen zouden genoeg geweest zijn. Bij Scythe kunnen fans er zelf voor kiezen extra onderdelen aan te schaffen om hun spel helemaal op te pimpen en daar is helemaal niets mis mee. In  Tapestry heb je echter geen keuze.

Een laatste nadeel in het spel ligt in het element van willekeur. Er zijn twee aspecten waar de willekeur om de hoek komt kijken. Aan het begin van het spel krijgt iedereen twee civilisaties, waar ze er vervolgens een van kiezen. Elke civilisatie heeft een unieke kracht die bepaalde voordelen heeft. Dit zorgt ervoor dat iedereen net wat andere dingen kan en het kan verstandig zijn om je te richten op een specifiek ontwikkelspoor als dat goed samengaat met je volk. Sommige volken zijn wel iets gemakkelijker om te spelen dan anderen en misschien zijn er ook wel een paar die ietsje sterker zijn. Omdat je niet zelf mag kiezen kan het daarom zijn dat bepaalde spelers een voordeel hebben. In dit geval zorgt de willekeur er echter ook wel voor dat er veel afwisseling is tussen potjes, wat juist weer een leuk element is.

Een minder leuk geval van willekeur zijn de Tapestry- of Tapijtkaarten. Deze speel je als je inkomen neemt en ze geven een bonus. Dit kan een eenmalig effect zijn, of iets dat duurt tot de volgende keer dat je inkomen neemt. Deze kaarten kunnen wel flink in kracht verschillen en ook nu weer worden ze willekeurig ontvangen. Potjes kunnen gewonnen of verloren worden door iemand die op het juiste moment de juiste kaart speelt en dat kan heel naar aanvoelen als dat vooral neerkomt op de juiste kaart trekken op het juiste moment. Het is wel mogelijk je kansen te verbeteren door meer Tapijtkaarten te trekken, maar dat kost een beurt en grondstoffen. Als een tegenstander toevallig een goede trok en er niets voor hoefde te doen, heeft die dus een flink voordeel.

Tapestry is een abstract spel dat zich flink leent aan strategisch inzicht en inspelen op je tegenstanders. Strategen kunnen zich hier flink mee vermaken, misschien juist omdat het thema een beetje naar de achtergrond valt. Het is echter wel wat aan de dure kant door componenten die niet zo uitgewerkt hadden hoeven zijn. Ook is het element van willekeur wat aan de grote kant voor een spel dat strategisch inzicht zo benadrukt.