Doorgaan naar artikel
Nuns on the Run
Joost Klein Middelink
Joost Klein Middelink
Bordspellenredactiemanager / Eventmanager / Redacteur
Profiel

Conclusie

Nuns on the Run is een geweldig kat-en-muis-spel als alle spelers de regels kennen en met vier tot zes spelers. Meer of minder kan ook, maar dan zijn bepaalde spelers in het nadeel.

In Nuns on the Run gaan spelers als leerlingnonnen proberen hun geheime missie zo onzichtbaar mogelijk te vervullen, terwijl een enkele andere speler de nonnen bestuurt die ze probeert te pakken. Lees in onze review wat we van dit bordspel vinden.

Nuns on the Run Foto: Joost Klein Middelink

Het spel voor twee tot acht spelers heeft een groot speelbord, maar eigenlijk gebeurt daarop vrij weinig. Een van de spelers bestuurt de twee nonnen die patrouilleren in het klooster. Die volgen ieder een eigen route, waarbij ze bij elk eindpunt een nieuwe route mogen kiezen. Een non kan drie of vier vakjes lopen en daarna goed luisteren om beweging te horen of vijf of zes vakjes rennen, maar daarna niet meer kunnen luisteren. Zo lopen ze vrijwel het gehele klooster rond. Is het de andere spelers (leerlingnonnen) niet gelukt binnen 15 rondes te winnen of zijn deze spelers even vaak betrapt als dat er spelers meedoen, dan winnen de nonnen.

De overige spelers (de leerlingnonnen) hebben elk een aparte wenskaart waarop staat welke sleutel en welke ‘wens’ ze willen bereiken. Denk daarbij aan drank, een liefdesbrief en nog meer dingen die niet geschikt zijn voor goede nonnen. Ze dienen eerst de sleutel te vinden, waarmee ze ook gesloten deuren door kunnen, om daarna de wens te vinden. Als een speler dat lukt en deze is terug op de eigen kamer, dan heeft die speler gewonnen. Elke ronde kunnen ze kiezen uit stilstaan, sluipen, lopen of rennen. Elke beweging met een verschillend aantal vakjes die ze kunnen afleggen. De locatie waar ze heen gaan, noteren ze op hun blaadje en vervolgens dobbelen ze of ze herrie maken bij deze beweging. Ze moeten wel openleggen welke actie ze hebben gedaan.

Nuns on the Run Foto: Joost Klein Middelink

Dit is waar het ‘spel’ van Nuns on the Run begint. Elke ronde bewegen namelijk eerst de novices (leerlingnonnen) en kijken ze of ze herrie maken. Afhankelijk van hoe dichtbij een non staat en hoeveel herrie de speler maakt, kan de non ze horen en mag deze in hun beurt afwijken van de route om het te inspecteren. Hier verandert het in een kat-en-muis-spel. Spelers moeten namelijk hun spelersfiche op het bord leggen zodra ze in dezelfde ruimte als een non staan, of een geluidsfiche neerleggen als een non ze heeft gehoord. Zodra de non en novice op dezelfde plek staan, is de speler betrapt en moet deze braaf terug naar de kamer. Een eventuele sleutel zijn ze niet kwijt, het wensvoorwerp wel en deze dienen ze opnieuw te vinden. Zodra de betrapte novice niet meer in beeld is bij de non, kan deze alsnog afwijken en weer sluipend richting de wens gaan met het risico om opnieuw betrapt te kunnen worden.

Deze spanning is erg tof en ondanks dat er op het fysieke speelbord weinig gebeurt, gebeurt het meeste van het spel vooral in het geheim. Het gaat er wel vanuit dat alle spelers goed weten wat ze doen, de regels kennen en natuurlijk niet vals zullen spelen. Als dat lukt, dan bouwt de spanning langzamerhand goed op richting het einde van het spel. Zeker wanneer de nonnen nog maar eenmaal een andere speler hoeven te betrappen voor de winst en een novice ook bijna thuis is met de winst. Bij deze potjes werkt het spel uitzonderlijk goed.

Nuns on the Run Foto: Joost Klein Middelink

Zodra er twijfel is over de regels kan het misgaan. Wij maakten eenmaal mee dat een speler zich niet liet zien, maar de nonnenspeler echt van mening was een novice te hebben gepakt, tot pas aan het einde van spel bleek dat de novice wel gepakt was, maar dit zelf niet doorhad. Het is dus essentieel dat spelers weten hoe het werkt en zich ook aan de regels houden, anders loopt het hele spel in de soep. Iets dat niet zo snel duidelijk is, omdat veel achter de schermen gebeurt.

Een ander nadeel van Nuns on the Run is dat de doos aangeeft dat het geschikt is voor twee tot acht spelers, maar in onze ervaringen met het spel is het minimum toch echt vier spelers om een beetje een spannend spel te krijgen. Met twee of drie spelers is de kans heel groot dat de nonnen nauwelijks een speler tegen gaan komen, terwijl bij zes of zeven spelers dit natuurlijk vaak gaat gebeuren. Bij acht spelers werken twee spelers als eigen non en mogen ze overleggen. Dit is een leuke bijkomstigheid, maar voegt weinig extra toe aangezien het spel in de kern weinig verandert.

Uiteindelijk is Nuns on the Run een tof kat-en-muis-spel, ofwel verstoppertje aan tafel dat straalt bij vier tot zes spelers. Ondanks dat er weinig op tafel gebeurt, stijgt de spanning snel tussen de spelers naarmate het potje vordert. Ondanks wat op de doos staat, zouden wij minder dan vier of meer dan zes spelers eigenlijk niet aanbevelen, maar het kan wel. Als de spelers bekend zijn met de regels, dan kan het spel echt top uit de verf komen.

Nuns on the Run Foto: Joost Klein Middelink