Doorgaan naar artikel
Recensie: Godzilla
Tim Damen
Tim Damen
Profiel

Conclusie

Ondanks dat Edwards dicht bij het origineel blijft, is het verre van een Hollywood-klassieker. Hij geeft een leuke kijk op alles wat maar radioactief is, maar heeft daarentegen vergeten om echte monsters te maken: Godzilla is niet monsterlijk. Geniet van de momenten dat hij in beeld is, want deze zijn zo weer voorbij.

Gareth Edwards waagt zich met Godzilla aan het origineel van 1954. Het verschil is dat deze reboot eerder een waarschuwing is om te stoppen met alles wat radioactief is.

Godzilla, het Japanse supermonster, herrijst opnieuw. Machteloos kijkt de mens toe hoe het monster allesverwoestend rondloopt. Maar is Godzilla wel zo slecht, of is het angstaanjagende gestalte ‘your friendly neighbourhood monster’?

Het is zestig jaar geleden dat Godzilla van de Japanse filmstudio Toho zijn debuut beleefde op het witte doek. Japan, getroffen in de twee wereldoorlog door twee kernbommen, heeft lang moeten lijden onder de radioactieve straling dat deze vernietigende bommen met zich meebrengen. De studio linkte het radioactieve met monsters die ervan leefden. Deze monsters zijn, goddank, ook nu weer aanwezig (in vergelijking met de reboot uit 1998 zijn er meerdere, want naast Godzilla zelf is er een koppeltje als boosdoeners actief). Ze leven in slapende toestand op aarde, maar voeden zich ondertussen met alles wat radioactief is. Joe Brody (Bryan Cranston, die in deze film maar niet van zijn Walter White-imago afkomt) heeft in een mini-rol de eer om het eerste monster te ontmoeten. Hij werkt in Japan op een kerncentrale, dat vernietigd wordt door het eerste vliegende monster. Maar deze monsters zijn verre van de metaforen voor de gevaren van radioactviteit uit de film van 1954: in de 2014-variant is het meer een waarschuwing om te stoppen met de radioactieve handeltjes en wordt in de hele film doorgetrokken. En luisteren zullen we. Op de Amerikanen na, want die zijn eigenwijs en willen met brute kracht het monster tot ontploffing brengen.

En Godzilla zelf dan? De film die over dit monster zou moeten gaan komt maar laat op stoom. Hij zwemt lange tijd rond op weg naar San Fransisco, gevolgd door de VS-marine. Eigenlijk komt Gojira maar bar weinig op het witte doek voorbij. Hij vecht een beetje om vervolgens te vertrekken in zee, zodat er ruimte is voor een nieuwe film. In de gevechten wordt er kort aandacht aan hem besteed om vervolgens weer terug te keren naar het Amerikaanse leger.

Godzilla zelf is als een immens beest vormgegeven, formaat wolkenkrabber, en ook de twee uit de kluiten gewassen insecten vullen het CGI-beeld. Maar voldoende is het niet: de veroorzaakte tsunami en verwoeste steden hebben we in veel rampenfilms al vaak gezien, in betere uitvoering.

Het is zonde dat er zoveel ruimte in beslag wordt genomen in de 123 minuten durende film die puur op reizen is gebaseerd. Van Japan gaat de trein – of beter gezegd vloot – aan militairen naar Honolulu om vervolgens door te gaan naar het Amerikaanse vasteland waar Las Vegas compleet platgewalst wordt. Geen van die keren is het de schuld van het monster der monsters. Godzilla is er om de mens te helpen, maar is onhandig waardoor hij zelf schade veroorzaakt. Hij is zelfs zo vriendelijk dat het maar een slap en laf beest wordt. Om de reis heen is een verhaal ontstaan van een Amerikaanse militair die beloftes niet kan nakomen maar wel de held is die alles voor elkaar weet te boksen; pure clichés. De personages zouden voor spanning moeten zorgen, maar echt meebeleven zit er niet in.