Een film over de grondlegger van het Deense populisme en een goeroeachtige reistycoon die samen rijk worden met betaalbare vluchten van Denemarken naar Mallorca – is dit interessant voor het Nederlandse publiek? Ach ja, als Leonardo DiCaprio volle zalen trekt met drie uur lang overdreven weelde verdient Spies & Glistrup van Nicholas Boe ook een kans.
Simon Spies (Pilou Asbæk) is een playboy die handelt in goedkope reisjes naar Mallorca; Mogens Glistrup (Nicholas Bro) is een zwaarlijvig genie op het gebied van fiscaal recht. Samen zorgen ze in de jaren zestig voor een democratisering van de vakantiemarkt: ook de gewone burger kan nu van de zon gebieden aan de Middelandse Zee. De tactiek is tweeledig: Glistrup zorgt dat reismaatschappij Spies Rejser een minimum aan belasting moet betalen, Spies maakt het bedrijf bekend door buitenissige seksfeesten. De twee zijn elkaars tegenpolen, met Glistrup als bevlogen idealist tegen de bureaucratie en belastingen en Spies als monomane opportunist die steeds meer wegkrijgt van een sekteleider. Als Glistrup op televisie belastingontduikers de verzetshelden van de nieuwe generatie noemt en trots vertelt geen belasting over zijn bedrijf te betalen, komt het ministerie van financiën in actie. Ondanks de vele voordelen die het hem heeft gebracht, trekt Spies zijn handen af van de uitspraken van Glistrup. Vernederd door de overheid en zijn oude vriend richt Glistrup de de rechts-populistische Vooruitgangspartij op, teneinde het gehele ambtelijke systeem omver te werpen.
De film teert grotendeels op sterk acteerwerk. Asbæk is met zijn slissende tongval doodeng en charmant tegelijkertijd als de man die als hij naar het theater ging drie kaartjes kocht: voor zichzelf, zijn hond en zijn wandelstok. Zijn manische pretogen, Marx-baard en buitensporige exhibitionisme maken Jordan Belfort een broekie. Hij wordt echter perfect gepareerd door de hondenkop van Bro, die Glistrup speelt als een enorme, lelijke baby. Het mooist lelijk is hij op de moment wanneer hij tóch gelijk krijgt, als hij zijn voortanden ontbloot. Vanaf het begin, als het prachtig spookachtige Songfestivalliedje Dansevise klinkt, is duidelijk dat de relatie tussen deze psychopaat en dit schoolbeeld van de ontevreden burger gedoemd is om te mislukken. Cinematografisch is regisseur Christoffer Boe van de overdreven neo-noirstilering van zijn debuutfilm Reconstruction uit 2003 afgestapt, maar de shots zien er stuk voor stuk goed verzorgd uit.
Het grootste probleem bij Spies en Glistrup is de hoeveelheid informatie die Boe kwijt wil, waardoor de uitwerking soms in het gedrang komt. De geschiedenis is nogal complex, zeker de juridische en economische aspecten van de reisonderneming. Het uitgebreide verhaal lijkt eerder geschikt voor een miniserie, bijvoorbeeld een trilogie die het verhaal onderverdeelt in de begindagen van de samenwerking, Spies’ claim to faim als hippiegoeroe en Glistrups politieke carrière. Er zijn interessant en universele thema’s in overvloed: de sex sells-aanpak van Spies, de onrechtvaardigheid dat alle eer naar de meest charismatische persoon gaat terwijl anderen hard voor hem buffelen, de opkomst van de populistische politiek. Het is goed dat Boe een té lange film als The Wolf of Wall Street heeft vermeden, maar de informatiedichtheid gaat soms ten koste van de filmervaring.