Review: One Piece: World Seeker

Stefan Manenschijn, 31 maart 2019
Profiel
One Piece: World Seeker zet tegenover zijn goede punten minstens zoveel slechte. Met iets meer moeite was het een topper geweest, maar op dit moment is het vooral een matige game.

Wanneer Luffy en zijn bende, de Straw Hat Pirates, naar Jail Island afreizen op zoek naar een grote schat, blijken ze in de val gelokt te zijn. Ze weten ternauwernood te ontsnappen, maar raken elkaar kwijt. In de tussentijd ontmoet Luffy de jonge Jeanne, die vertelt dat het eiland wordt bezet door de autoritaire marine, waarop hij besluit haar te helpen en van het eiland weer een prettige leefomgeving te maken. In One Piece: World Seeker beleef je hoe dit allemaal afloopt en in deze review laten we je weten of Bandai Namco er een leuk avontuur van heeft weten te maken.

Het eerste dat opvalt, zijn de prachtige graphics. De getekende wereld en personages zien er stuk voor stuk erg fraai uit en dat maakt het ook een feest om het eiland te verkennen. Zeker de eerste paar uren kijk je je ogen uit, totdat je langzaam maar zeker een wat vervelend gevoel bekruipt. De wereld blijkt verder namelijk behoorlijk leeg. Vooral in de steden valt dit enorm op, want het is simpelweg nergens druk. Niet op de markt, niet bij de kroegjes, overal staan maximaal een handjevol personages die daarbij ook helemaal niets aan het doen zijn.

Dat maakt dat de wereld nooit echt werkt. Waar we in games als GTA V en The Witcher 3 het gevoel hebben met een realistische omgeving te maken te hebben, waar echt in geleefd wordt, is dat bij One Piece: World Seeker nimmer het geval.

Daar komt nog bij dat ook de quests die je uitvoert erg simpel zijn. Eigenlijk moet je altijd een object of personage zoeken in een afgekaderde omgeving. Het voelt wat doelloos, zeker wanneer je het te vinden voorwerp continu over het hoofd ziet. Doordat het verhaal wel het goede tempo heeft en interessant blijft, kunnen we hier wel mee leven, maar erg spannend wordt het nooit.

Een ander ding dat je veel zult doen op het eiland is vechten en dit is gelukkig wel goed uitgewerkt. Middels een skills-tree, zoals we die kennen uit veel rpg’s, breiden je mogelijkheden continu uit en dat maakt dat het gevoel van vooruitgang continu aanwezig blijft. Wat daarbij jammer is, is dat er zelden iets van je gevechtskunsten wordt gevraagd. De meeste vijanden zijn met een paar tikken tegen de vlakte, zonder dat je daar je verworven skills voor hoeft in te zetten. Een gevalletje van: je moet het zelf leuk maken.

Het vechten krijgt daarbij nog wel iets verdieping door de twee modussen waarin je Luffy kunt zetten. In de Observation Haki kan Luffy door muren kijken en is hij erg snel, waardoor deze modus erg geschikt is voor stealth. Met de Armament Haki kan hij dan weer meer incasseren, maar is hij langzamer. Zeker bij de wat sterkere tegenstanders is deze laatste een must, omdat je anders met een paar klappen het loodje legt. Dit werkt erg leuk, al hadden we in de praktijk de Armament Haki zelden nodig.

Iets anders dat negatief opvalt, is het geluid. Hoewel de makers claimen een behoorlijk uitgebreide soundtrack te hebben toegevoegd, is het vaak akelig stil in de wereld rondom Luffy. Daar komt bij dat ook de stemmen van de personages niet zijn ingesproken, maar dat we het meestal met lappen tekst en opgewonden kreetjes moeten doen. Dit zien we natuurlijk wel vaker in (j)rpg’s, maar nadat wordt overgeschakeld van het fraaie en volledig ingesproken introfilmpje, voelt het als een koude douche en draagt het er met de muziek aan bij dat One Piece: World Seeker gewoon niet af voelt.

Dat is dan ook de conclusie die we aan het spel hangen: het is niet af. Eigenlijk scoort de game op elk punt evenveel goede als slechte punten, waarbij het gevoel overheerst dat er met een paar maanden extra werk wel degelijk een toffe game had kunnen zijn. Die tijd hebben de makers niet genomen, waardoor One Piece: World Seeker vooral matig is.