Doorgaan naar artikel
Rutger Engel
Rutger Engel
Hoofdredacteur
Profiel

Conclusie

De remake van Demon's Souls is een ongekend succes. Met een vooral onveranderde gameplay en een geweldige audiovisuele poetsbeurt is deze game een must-have voor Dark Souls-fans.

Demon’s Souls is een game die veel mensen gemist hebben toen hij verscheen op de PlayStation 3. Het hele Souls-genre begon pas met deze game en zelfs veel Dark Souls-fanaten hebben hem nooit gespeeld. Sony en Bluepoint Games sloegen de handen in een om een remake van Demon’s Souls te maken voor de lancering van de PlayStation 5. In deze review lees je waarom dit zo’n goede keuze is geweest.

Mocht je bij de groep mensen horen die in de afgelopen paar jaar de oude Demon’s Souls uit 2009 gespeeld heeft, dan zal je één ding opgevallen zijn: wat is die game verouderd zeg. De graphics zijn gedateerd en het besturen van je personage voelt niet altijd even soepel. Wat dat betreft is er een goede vergelijking te trekken met Shadow of the Colossus: een andere, legendarische klassieker die wel wat meer dan een poetsbeurt kon gebruiken. Bluepoint Games heeft toen geweldig werk geleverd en doet dat weer met de Demon’s Souls-remake.

Het is lastig om aan iemand uit te leggen waarom deze remake zo’n gigantisch succes is zonder dat die persoon zelf de DualSense in de handen heeft gehad met het spel op zijn of haar scherm. Toch gaan we een poging wagen. Allereerst is het sound design subliem, vijanden zoals bijvoorbeeld de gigantische en mechanische Tower Knight klinken precies zoals ze eruitzien en het zorgt voor een indrukwekkende ervaring. Daarnaast is de wereld veel levendiger en realistischer geworden door de grafische update. Demon’s Souls op de PlayStation 3 had altijd een wat arcade-gevoel. Deels komt dit omdat het echt uit levels is opgebouwd en niet uit één verbonden wereld bestond, maar deels was het ook door de mindere graphics gepaard met de mist die overal in de wereld is.

Nu was het geen overdreven lelijk spel voor zijn tijd, maar je kreeg nooit echt een idee van de omgeving buiten het pad dat je zelf bewandelde. De mijnen leken gewoon willekeurige mijnen in een niemandsland, het kasteel van Boleteraia leek gewoon een kasteel met niets bijzonders eromheen. Door de prachtige omgevingen lijkt alles zich nu veel meer op een echte plaats af te spelen en verdwijnt het arcade-gevoel: je waant je veel meer in een volledige wereld en dat is fantastisch. Op een veel simpeler niveau ziet alles er natuurlijk ook eindeloos veel mooier en écht next-gen uit.

Het hele nextgen-gevoel van Demon’s Souls bereikt een hoogtepunt wanneer je bijvoorbeeld iemands aanval op het perfecte moment afweert, waarna je met een speciale animatie een flinke slag uitdeelt. Het ziet er strak uit, het geluid is lekker en tegelijkertijd krijg je feedback van je controller, zowel met de haptic feedback als met geluid dat uit de controller komt. Je voelt voor je idee de botten echt kraken wanneer je dit doet met een skeletachtige vijand en het trekt je helemaal het spel in.

Qua gameplay is Demon’s Souls vooral hetzelfde gebleven. Er zijn een paar kleinere aanpassingen, zo kan je nu meer kanten oprollen waardoor het allemaal veel natuurlijker aanvoelt, maar voor 99% is het precies hetzelfde spel als voorheen. En dat is ook helemaal prima, de gameplay was nooit de zwakke kant en Bluepoint staat hiermee nederig in dienst van de kern van de game zelf. Met de audiovisuele verbeteringen kunnen we Demon’s Souls ervaren alsof het een nieuwe game is en dan komen we ook makkelijk tot de conclusie: hoe verouderd de game zelf misschien ook was, de gameplay was dat zeker niet. Bluepoint heeft dus de goede keus gemaakt om de gameplay zo min mogelijk aan te pakken en het met hun vooral cosmetische toevoegingen naar een hoger niveau te tillen.

Als dit ook maar enigszins een game voor jou is, dan is Demon’s Souls alleen al genoeg reden om een PlayStation 5 in huis te halen.

Demon’s Souls is voor deze review gespeeld op de PlayStation 5. De game is alleen op dit platform beschikbaar.