Doorgaan naar artikel
Rutger Engel
Rutger Engel
Hoofdredacteur
Profiel

Conclusie

De wereld van Harvest Moon: One World is te groot en van gebied naar gebied gaan is te vaak een vereiste, duurt te lang en is nooit interessant.

Harvest Moon: One World is het nieuwste deel in de Harvest Moon-reeks, wat bij oude fans nogal wat boosheid met zich meebrengt. Harvest Moon was namelijk de Engelse titel van een beroemde Japanse boerderijsimulatie-game. Vanaf 2014 ging de Japanse ontwikkelaar achter die games verder met een nieuwe Westerse uitgever onder de naam Story of Seasons, maar de oude uitgever besloot de naamsbekendheid lekker te gebruiken en zelf Harvest Moon-games te gaan maken. In die zin is de huidige Harvest Moon dus niet echt verwant aan de oudere games.

Harvest Moon: One World probeert de game tot een groter iets te maken dan al zijn voorgangers. Het is een uitgebreidere wereld met een boel verschillende gebieden. Je hebt een strandachtig gebied wat duidelijk op Hawaï geïnspireerd is, maar je hebt ook berggebieden en graslandschappen met hun verschillende dorpjes. In elk van deze plekjes moet je de dorpelingen helpen en het verhaal uitspelen om uiteindelijk de Goddess of Spring opnieuw tot leven te wekken en zo voor een goede oogst te zorgen.

Hier komt de grootste nieuwe feature van One World om de hoek kijken: het feit dat je je boerderij met je mee kan nemen naar verschillende gebieden. Door wat spullen in een machine te stoppen, krijgt deze machine energie en vouwt hij je boerderij voor je op, waarna je hem bij een andere machine in een nieuw gebied weer uit kan klappen.

In eerste instantie is dit erg leuk, want je gaat meteen dromen over wat voor plekken je allemaal gaat tegenkomen en wat de mogelijkheden voor je kleine boerderijtje gaan zijn. Helaas worden er al heel snel een boel minpunten van dit systeem duidelijk: de wereld is te groot en van punt A naar B gaan duurt veel te lang. In het begin zou je dan ook verwachten dat wanneer je een nieuwe plek vindt voor je boerderij, dat je daar voorlopig kan vertoeven, maar niets is minder waar. De grootste gimmick van de game is namelijk dat je in verschillende gebieden, verschillende resultaten krijgt met de zaadjes die je plant. Als je een aardappelzaadje plant in een grasgebied, wordt het gewoon een aardappel, maar in een ander type natuur wordt het een mutatie van een aardappel.

Stel je bevindt je in een berggebied en iemand vraagt je om niet-gemuteerde aardappelen te brengen, dan moet je dus naar de andere kant van de wereld om aardappelzaadjes in de grond te stoppen en vervolgens moet je het ook eens in de zoveel tijd in de gaten houden en weer oogsten. De wereld is simpelweg te groot en het rondreizen duurt te lang. Op een gegeven moment speel je fasttravel-locaties vrij, maar zelfs die zijn niet altijd zo dichtbij bepaalde plekken als je zou willen. Je kan op een bepaald moment ook een paard kopen om op rond te rijden, maar het duurt veel te lang voordat je die hebt en zelfs dan ben je veel te veel bezig met gewoon van punt A naar B gaan. Je bent ruim de helft van de tijd (zo niet meer) aan het rondlopen in plaats van dat je iets nuttigs doet. Dit zou oké zijn als het een prachtige wereld betreft, maar de lange paden van Harvest Moon zijn vaker kaal en saai dan aantrekkelijk.

Het is jammer, want het is niet dat de basis van het spel slecht is: het is gewoon te ambitieus. Als je simpelweg de eerste paar uur van het spel in een graslandschap had doorgebracht met een eigen verhaallijn en vervolgens een paar uurtjes naar een strand ging met een eigen verhaallijn en dan weer verder naar een berggebied, zonder dat je steeds heen en weer moest gaan, had het erg vermakelijk kunnen zijn.

Personages zijn soms wat kinderachtig, maar als je dat door de vingers kan zien is het best een lieftallig gedoe om elk dorpeling beter te leren kennen en je relatie met ze te verbeteren. Helaas doet het feit dat het meer als een wandelingssimulator dan als een boerderijlevensimulator aanvoelt dit allemaal teniet.