Doorgaan naar artikel
Rutger Engel
Rutger Engel
Hoofdredacteur
Profiel

Conclusie

Death Stranding Director's Cut brengt een aantal welkome vernieuwingen met zich mee.

Na ternauwernood weg te komen van een onzichtbaar monster, schuil je in een grot voor een regen die alles om je heen aan lijkt te tasten. Hier ontmoet je een mysterieuze vrouw, fantastisch vertolkt door Léa Seydoux. Na die intense ontmoeting ga je, helaas zonder je trouwe motor, te voet op weg naar een station waar je een pakketje moet bezorgen. Terwijl je door het tegelijkertijd vreemde en serene landschap heenloopt, begint de hemelse muziek van Low Roar te spelen. Het zorgt allemaal voor een bizarre sfeer.

Dit is hoe we alweer twee jaar geleden voor het eerst begonnen aan het meesterlijke avontuur van Hideo Kojima en het is ook hoe we nu de Death Stranding Director’s Cut instappen. Het moment dat “Don’t be so serious” van Low Roar weer afgespeeld wordt, zorgt toch voor het nodige kippenvel. Niet alleen omdat het zo goed past bij het door Kojima Productions gemaakte landschap, maar ook doordat er weer de nodige herinneringen naar boven komen van hoe bijzonder sommige momenten van Death Stranding zijn. Mocht je nog een keer willen lezen over waarom we zo verliefd zijn geworden op deze game, lees dan vooral onze oorspronkelijke review uit 2019 nog eens.

De Director’s Cut is voor een paar euro te verkrijgen voor mensen die het spel al op de PlayStation 4 aangeschaft hebben. Wat je ervoor terugkrijgt is een paar nieuwe missies, een racemodus, schietoefeningen, de mogelijkheid om eindbazen opnieuw te spelen voor punten, nieuwe voorwerpen om te gebruiken en DualSense-features.

Geen van de toevoegingen is revolutionair, maar alles bij elkaar zorgt het voor een fijne, welkome upgrade. Je moet er niet het hele spel voor gaan kopen, of het spel er opnieuw voor gaan spelen als je daar eerst de motivatie niet voor had: het zijn vooral leuke extra’s voor zij die het spel nog niet gespeeld hebben, of voor de mensen bij wie het toch alweer begon te kriebelen.

Het is jammer, want over de missies kunnen we eigenlijk weinig zeggen zonder meteen al een boel weg te geven. Ze zorgen in ieder geval voor een frisse wind: in spannende, verborgen gebouwen ga je op onderzoek om meer te weten te komen over alle experimenten waar je in het oorspronkelijke spel hier en daar wat over te horen hebt gekregen. Op bepaalde momenten voelt het haast als Metal Gear Solid, door hoe erg de nadruk ligt op stealth, maar dit wordt nooit té erg het geval.

Dingen als de racemodus en het oefenparcours voor het beschieten en neerhalen van vijanden, zijn leuke afwisselingen. Death Stranding is een ongelooflijk intens spel, waarbij zelfs even lekker door de wereld wandelen, al snel een grim geheel kan worden. Dat je af en toe deze modi even in kan duiken om gewoon iets sufs te doen, is een perfecte mogelijkheid om gewoon even tot adem te komen en domweg lol te hebben zonder je zorgen te hoeven maken over alle facetten van de wereld van Death Stranding. We hadden het tijdens onze eerste playthrough niet door, maar eigenlijk merkten we nu dat we dat misten: een manier om het spel te spelen zonder de stress die er soms bij kan komen kijken.

De grootste verandering zit hem in de nieuwe voorwerpen. Deze veranderen namelijk de kerngameplay van het spel: het rondreizen door de wereld. Een robot, bestaande uit een paar benen, kan cargo voor je dragen, een katapult kan cargo lanceren en met een jetpack kan je tijdelijk even zweven, waardoor snel een berg afgaan een stuk minder vervelend wordt. Het maakt de gameplay wat dynamischer en speelser, maar het neemt ook wat van de intensiteit weg. Normaliter maak je je ernstige zorgen als je bovenaan een bergachtig gebied staat en je hulpmiddelen op beginnen te raken. De jetpack voelt daarbij wel een beetje als een cheatcode om makkelijk uit de penarie te komen. Soms is dat jammer, maar vaak is het ook gewoon erg vermakelijk en het gevoel van vrijheid die het geeft is geweldig.

De DualSense maakt alles weer wat realistischer. De controller van de PlayStation 5 blijkt ook nu weer een gouden vondst: door de haptische feedback voel je Sams tochten echt in je handen, wat ervoor zorgt dat je er (nog meer dan al het geval was) helemaal ingezogen wordt. Elke dreun voel je in de controller.

Al met al is de Death Stranding Director’s Cut niets al te geks. Het zijn simpelweg een boel mooie extra’s voor heel weinig geld. Mocht je toch al zin gehad hebben om het spel voor het eerst of opnieuw te gaan spelen, dan zijn het allemaal hele fijne toevoegingen die de ervaring verrijken.

Death Stranding Director’s Cut is vanbaf 24 september exclusief beschikbaar voor PlayStation 5.