Doorgaan naar artikel
Rise of the Rōnin
Rutger Engel
Rutger Engel
Hoofdredacteur
Profiel

Conclusie

Rise of the Rōnin is een perfecte game als je wilt ontdekken wat Ghost of Tsushima zo goed maakte.

Rise of the Rōnin is een nieuwe openwereld-game die zich afspeelt in het Japan van de negentiende eeuw. Het is Team Ninja’s nieuwste creatie en daarmee waren wij als fans van Nioh en zelfs Final Fantasy Origin: Stranger of Paradise al snel verkocht. De studio die bekendstaat om vlijmscherpe actie die een samoerai openwereld-game maakt? Geweldig, zou je dan toch denken? In deze review lees je waarom wij teleurgesteld zijn in Rise of the Rōnin.

Rise of the Rōnin voelt gedateerd aan, erg gedateerd. Het speelt als een game die we misschien in de latere fase van het PlayStation 3-tijdperk of het begin van de PlayStation 4 hadden kunnen zien. Dan hebben we het, om volledig duidelijk te zijn, over vrijwel alle facetten van de game.

De open wereld is onderverdeeld in regio’s en elke regio krijgt een paar symbooltjes op de kaart waarmee je iets kan doen. Vaak is dit een mini-dorpje of een klein kamp met daarin een paar bandieten die je moet verslaan. Als ze dood zijn, krijg je een korte cutscene te zien en, simsalabim, er wonen nu gewone inwoners in het dorpje. Soms heeft zo’n nieuwe inwoner een quest voor je, maar die quest is meestal ook niet interessanter dan het verslaan van een paar bandieten. Als je genoeg symbooltjes met bijbehorende taken hebt opgelost in een regio, verbetert je band met die regio en kunnen er weer wat nieuwe symbooltjes komen met vergelijkbare opdrachten. Verder dan dit heeft de open wereld weinig invulling en zodoende wordt het snel saai. Is het voor jou belangrijk om in een open wereld geprikkeld te worden om op onderzoek uit te gaan, of is een gevoel van ontdekking en verrassing vereist? Dan is dit geen game voor jou.

Het verhaal moet een grote reden vormen om het spel door te spelen. Het speelt zich af in het Japan van de negentiende eeuw tijdens de Boshinoorlog rond het einde van het Japanse Shogunaat. Mocht je Like A Dragon: Ishin gespeeld hebben: die setting is het. Het verhaal van Rise of the Rōnin komt niet goed tot zijn recht. Dit komt deels omdat het mondjesmaat wordt verteld via gameplay die verder niet zo interessant is, maar ook door bizar slecht stemacteerwerk. We zeiden het al in de preview, maar de Engelse stemmen van deze game zijn misschien wel het slechtste stemacteerwerk dat we in tien jaar hebben gehoord. Het is leuk en aardig dat het spel ook Japanse stemmen heeft, maar wanneer je het spel opstart is de standaardinstelling toch echt het Engels, dus dan mag je ook verwachten dat dit in orde is. Wil je dus een spel spelen met Engelse stemmen, dan valt Rise of the Rōnin meteen af. Ook als je het bizarre acteerwerk voor lief neemt, zijn de persoonlijkheden flinterdun en missen ze enige vorm van diepgang.

De gameplay van gevechten is waar Team Ninja bekend om staat en dit zal ook voor iedereen Rise of the Rōnins sterkste punt zijn. Er zijn een boel verschillende soorten wapens en op al die wapens kan je een drietal verschillende vechtstijlen toepassen. Via een soort steen-papier-schaar-systeem wordt bepaald of je huidige vechtstijl sterk of zwak tegen de vijandige stijl is en zal je dus wel of juist niet voor een andere moeten kiezen. Het sterke hieraan is dat de vechtstijlen er daadwerkelijk voor zorgen dat je je wapens op hele andere manieren gebruikt en in de betere eindbaasgevechten zorgt dit voor een degelijk gevoel van genoegdoening.

Toch ontbreekt het in de gevechten aan een zekere diepgang die een Nioh of al helemaal een Wo Long wel hadden. Alles komt vaak toch maar neer op een simpele druk op vierkantje om aan te vallen en vrij simpele patronen waarbij je kan pareren voor een sterke tegenaanval. Alhoewel er genoeg prima gevechten waren, missen we die uitblinkers van memorable gevechten zoals een Lu Bu in het eerdergenoemde Wo Long. Zelfs Rise of the Rōnins beste element is ondermaats voor wat we van Team Ninja gewend zijn.

Laten we het maar niet te lang over de stealth hebben. Dit is zogenaamd een van de belangrijkste elementen van het spel, maar weet nooit te imponeren. De AI is te dom om te kakken en dat maakt de stealth niet geloofwaardig en gewoonweg een niet goed werkend iets. Dat de AI zo ongelooflijk dom is, heeft helaas ook impact op de rest van de gameplay. Zo snappen vijanden niet dat ze een muurtje langs kunnen door door een opening te lopen, of komt menig NPC, ook jouw metgezel, continu vast te zitten op het allerkleinste richeltje. Het voelt gemeen om te zeggen over iets waar mensen zoveel tijd in hebben gestoken, maar het maakt van veel elementen van de game een lachertje.

Op visueel vlak is de game in de beste gevallen oké. De game ziet er zeker niet lelijk uit, maar het is ook zeker geen oogstrelend iets. Het zit de game wat dat betreft niet mee dat Ghost of Tsushima een vergelijkbaar type game is qua genre en setting, want wat is dat een groot verschil. Dit zou allemaal niet zo’n ramp zijn als de game gewoon heel soepel zou draaien op 60FPS, maar wij kozen voor de Performance Mode, waarbij framerate meer prioriteit geniet dan resolutie, en hadden vaak toch wat moeite met de haperende beelden die veroorzaakt werden door dalingen in de framerate.

En eigenlijk kunnen we op elk vlak wel zeggen dat Rise of the Rōnin onderdoet voor Ghost of Tsushima: het verhaal, de open wereld, de hoofdmissies, de optionele quests, de gevechten, de graphics. Je moet wel een hele hardcore Team Ninja-fan zijn wil je Rise of the Rōnin een kans geven. Wij gebruiken de game vooral als extra waardering voor andere openwereld-games in het oude Japan, zoals Sekiro, Like A Dragon: Ishin en natuurlijk Ghost of Tsushima. Laatstgenoemde hebben we inmiddels opnieuw geïnstalleerd om weer te zien hoe het wél moet.

Rise of the Rōnin is voor deze review gespeeld op de PlayStation 5. De game is vanaf 22 maart exclusief voor de PlayStation 5 beschikbaar.